ECLI:NL:RBDHA:2025:20486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige seksuele gerichtheid en onvoldoende bewijs
Eiser, een Guinee-Bissause nationaliteit, diende op 18 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De Minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 23 juni 2025 af als kennelijk ongegrond, waarbij tevens een terugkeerverplichting en inreisverbod werden opgelegd. Eiser voerde beroep aan tegen deze afwijzing, met name gericht op zijn seksuele gerichtheid en de geloofwaardigheid daarvan.
De rechtbank behandelde het beroep op 13 oktober 2025 en beoordeelde het asielrelaas van eiser, waarbij de minister de identiteit en herkomst geloofwaardig achtte, maar de seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen als ongeloofwaardig bestempelde vanwege summiere, tegenstrijdige en onvoldoende onderbouwde verklaringen. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen verblijfsvergunning verleende en het beroep ongegrond verklaarde.
De rechtbank ging uitgebreid in op het proces van ontdekking van de seksuele gerichtheid, de cognitieve vermogens van eiser en de context van zijn relatie met een oudere man. Ondanks betogen van eiser dat hij onvoldoende in staat was zijn gevoelens te duiden, concludeerde de rechtbank dat de minister voldoende motivering gaf en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn asielverzoek gegrond was.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.