Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het beëindigen van haar EU-verblijfsrecht met een ongewenstverklaring. De minister besloot niet tijdig op dit bezwaar, waarop verzoekster beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. Nadat de minister alsnog op het bezwaar had beslist en het bezwaar ongegrond verklaarde, trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de minister door het late besluit aan het beroep tegemoet was gekomen en daarom de proceskosten moest vergoeden. De kosten werden vastgesteld op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem en een wegingsfactor ‘licht’ vanwege de aard van het beroep. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de minister ook het betaalde griffierecht van €194 moest vergoeden.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 november 2025 door rechter M.L. Weerkamp. Verzoekster kan zich tot de minister wenden voor vergoeding van het griffierecht. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster wegens niet tijdig beslissen.