ECLI:NL:RBDHA:2025:20502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen arbeidsmarktaantekening verblijfssticker grensoverschrijdende dienstverrichting
Eiser, een Azerbeidzjaanse steigerbouwer werkzaam in Nederland via grensoverschrijdende dienstverrichting vanuit Litouwen, maakte bezwaar tegen de arbeidsmarktaantekening op zijn verblijfssticker. Hij en zijn werkgever stelden dat de tewerkstellingsvergunning niet vereist mocht zijn, verwijzend naar het recht op vrij verkeer van diensten en een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de EU (arrest SN).
De minister van Asiel en Migratie handhaafde het besluit waarbij de arbeidsmarktaantekening 'Arbeid wel toegestaan, tewerkstellingsvergunning wel vereist' werd opgelegd. De rechtbank behandelde het beroep op 23 oktober 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de verblijfsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverrichting wettelijk maximaal twee jaar kan duren en deze termijn inmiddels is overschreden. Hierdoor kan eiser niet meer in een gunstigere positie komen. Ook de werkgever kon niet aantonen dat hij door het besluit nadeel ondervindt of belang heeft bij het beroep.
De rechtbank hoefde daardoor niet in te gaan op de inhoudelijke vragen over de arbeidsmarktaantekening en het arrest SN. Het beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de arbeidsmarktaantekening op de verblijfssticker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.