ECLI:NL:RBDHA:2025:20503

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
NL25.15042
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Y. Yeniay - Cenik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag op basis van geloofwaardigheid en taalanalyse

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 31 oktober 2025, wordt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser, een Somalische nationaliteit hebbende, door de minister van Asiel en Migratie beoordeeld. Eiser had op 17 januari 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, maar deze werd op 31 maart 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser is van mening dat de afwijzing niet terecht is en heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de herkomst van eiser ongeloofwaardig is. De rechtbank stelt vast dat de minister niet adequaat is ingegaan op de verklaringen van eiser over zijn herkomst en de taalanalyse die is uitgevoerd. Eiser heeft verklaard dat hij afkomstig is uit El Adde in Zuid-Somalië en dat hij problemen heeft ondervonden met Al-Shabaab. De rechtbank concludeert dat de minister de taalanalyse niet zonder nadere motivering aan zijn standpunt ten grondslag had mogen leggen, gezien de omstandigheden van eiser. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Eiser krijgt tevens een proceskostenvergoeding van € 1.814,- toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15042

uitspraak van de enkelvoudige kamer van *** in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. N.D. Schraa),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.S. Helmus).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de herkomst van eiser ongeloofwaardig is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 17 januari 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2007. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 31 maart 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vervanger van de gemachtigde van eiser, mr. M. van den Brink en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is afkomstig uit het dorp El Adde in Zuid-Soedan. Zijn vader is vermoord door Al-Shabaab en daarbij is eiser mishandeld. Al-Shabaab kwam vijf maanden later aan de deur waarbij aan zijn moeder werd gevraagd om eiser klaar te stomen voor Al-Shabaab. Eiser is daarna gevlucht naar Nederland.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • problemen met Al-Shabaab.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat eiser geen documenten heeft overgelegd over zijn identiteit en nationaliteit en dat hij ook zijn gestelde afkomst uit El Adde niet met documenten heeft aangetoond. De minister heeft een taalanalyse verricht. De minister stelt zich naar aanleiding van de verklaringen van eiser en de uitkomst van de taalanalyse op het standpunt dat zijn verklaringen over zijn afkomst geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat zijn verklaringen niet op grote lijnen geloofwaardig zijn. Voorgaande maakt volgens de minister dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en e, van de Vw 2000. Eisers herkomst wordt door de minister om deze reden niet geloofwaardig bevonden. Als gevolg daarvan is volgens de minister ook op dezelfde gronden ongeloofwaardig dat eiser problemen heeft ondervonden met Al-Shabaab. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag moet worden afgewezen.
Heeft de minister voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser?
5. Eiser betoogt dat onvoldoende kenbaar rekening is gehouden met zijn referentiekader. Hij wijst erop dat er in het voornemen niets staat over zijn referentiekader. Eiser verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 26 april 2023. [1] Uit die uitspraak volgt volgens eiser dat de minister in de besluitvorming expliciet moet ingaan op het referentiekader, hetgeen de minister volgens eiser ten onrechte niet heeft gedaan. Ter zitting heeft eiser erop gewezen dat hij bepaalde kleuren niet kende en dat in de spreekkamer van de gemachtigde ook discussie bestond over bepaalde feitelijkheden. Eiser betoogt dat zijn referentiekader ook voor het op waarde schatten van eisers verklaringen over feitelijkheden relevant is en dat dit door de minister niet is onderkend.
6. Het betoog slaagt niet. In het bestreden besluit heeft de minister aangegeven dat rekening is gehouden met eisers leeftijd en dat hij geen scholing heeft gevolgd. De hoormedewerker heeft eiser ruim gelegenheid gegeven om zijn verhaal te doen. Zo nodig zijn verduidelijkingsvragen gesteld. Ook zijn vragen zo nodig nader toegelicht, bijvoorbeeld waar eiser aangaf niet te weten wat politiek betekent. Eiser heeft niet concreet gemaakt met welke specifieke elementen van eisers referentiekader de minister onvoldoende rekening zou hebben gehouden. In de zienswijze heeft eiser zelf ook niet meer aangegeven dan dat hij jong is, ongeschoold en afkomstig is uit een van de armste gebieden van de wereld. Uit de omstandigheid dat eiser naar eigen zeggen bepaalde kleuren niet zou hebben gekend en dat in de spreekkamer van de gemachtigde ook discussie bestond over de betekenis van bepaalde feitelijkheden blijkt niet dat de minister in de besluitvorming om die reden onvoldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Het beroep van eiser op de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2023 volgt de rechtbank daarom niet.
Heeft de minister de herkomst van eiser ten onrechte ongeloofwaardig bevonden?
Betoog van eiser
7. Eiser betoogt dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij te weinig weet te verklaren over zijn herkomst uit het dorp El Adde. Door bij de geloofwaardigheid van zijn herkomst alleen te focussen op zijn verklaringen over hoge gebouwen, de zendmasten en de kleur van het zand wordt volgens hem selectief te werk gegaan. Eiser wijst erop dat hij meer verklaringen heeft afgelegd die niet kenbaar in de besluitvorming zijn betrokken door de minister. Zo heeft eiser verklaard over de omliggende dorpen, een moskee, een school, een weg door het dorp, een ziekenhuis en heeft hij verklaard dat er geen water is in El Adde. Eiser wijst er verder op dat hij tijdens het gesprek in het kader van de zienswijze wel degelijk heeft verklaard over één grote zendmast, maar dat hij niet begreep dat hij tijdens het gehoor ook beter had kunnen verklaren over de andere lagere zendmasten toen hem werd gevraagd of er ook hoge gebouwen in het dorp waren. Verder heeft eiser tijdens een gesprek met zijn gemachtigde nog verklaard over twee hotels en een plek waar regenwater blijft staan nadat het heeft geregend. Verder wijst eiser erop dat in het centrum van El Adde juist wit, grijsachtig zand is te zien en dat er om het dorp heen inderdaad rood zand ligt. Eiser heeft de vraag van de minister over de kleur van het zand daarom wel degelijk juist beantwoord. Volgens eiser heeft hij pas tijdens het gesprek met zijn gemachtigde van de tolk te horen gekregen dat hij de kleuren niet juist benoemde, en dat hij grijs omschreef als ‘tussen zwart en wit’ en dat hij wel degelijk aangaf dat er ook wel rood zand was ‘als een basketbalveld’. Volgens eiser is met al deze omstandigheden geen rekening gehouden in de besluitvorming en is daarom sprake van een zorgvuldigheidsgebrek.
7.1.
Met betrekking tot de door de minister overgelegde taalanalyse betoogt eiser dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat zijn moeder en oma uit het noorden van Somalië afkomstig zijn en dat eiser daarom met een noordelijk accent spreekt. De taalanalyse maakt niet inzichtelijk of bij het trekken van de conclusie rekening is gehouden met de situatie van eiser dat hij van huis uit een noordelijk accent heeft aangeleerd. In de woorden van de Afdeling is volgens eiser dus niet duidelijk of de minister voldoende is nagegaan of de redenering uit de taalanalyse op dit punt begrijpelijk is en de conclusie daarop aansluit. De minister kan zich volgens eiser niet zonder nadere motivering van een expert op het standpunt stellen dat de omstandigheid dat eiser met een noordelijk accent is opgevoed voor de conclusie van de taalanalyse niet uitmaakt.
Standpunt van de minister
8. De minister stelt zich op het standpunt dat ongeloofwaardig is dat eiser uit het dorp El Adde komt dan wel uit Zuid-Somalië. De minister wijst erop dat eiser heeft verklaard in 2007 geboren te zijn in El Adde, daar opgegroeid te zijn en daar zijn hele leven tot zijn vertrek in december 2022 gewoond te hebben. Dat betekent volgens de minister dat eiser uitgebreide kennis moet hebben van zijn gestelde leefomgeving. Toch komen er bij de door de minister gestelde herkomstvragen volgens de minister onjuistheden voor die twijfel oproepen over eisers gestelde herkomst. De minister wijst erop dat eiser niet de bestaande zendmasten in El Adde benoemt en dat hij aangeeft dat de aarde in de omgeving van El Adde grijs of witachtig gekleurd is terwijl uit satellietbeelden volgt dat de aarde onmiskenbaar roodgekleurd is. In de zienswijze geeft eiser aan dat er wel zendmasten zijn, maar dat hij daar tijdens het gehoor niet aan gedacht heeft. Verder vult eiser zijn verklaringen in de zienswijze aan door diverse andere hoge gebouwen en dingen te benoemen. Ook geeft eiser aanvullende informatie over waar volgens hem regenwater blijft
staan. Deze aanvullende informatie komt volgens de minister overeen met openbaar raadpleegbare informatie over El Adde. Deze aanvullende verklaringen bevatten volgens de minister geen onderdelen of details die onmiskenbaar te herleiden zijn tot zijn persoonlijke
afkomst uit El Adde. De verklaringen van eiser over de omliggende wijken, de school en het ziekenhuis zijn in het geheel van eisers verklaringen meegenomen in de overwegingen maar maken de conclusie volgens de minister niet anders. De minister wijst erop dat eiser ook geen correcties en aanvullingen heeft ingediend met nadere informatie over El Adde. De minister wijst er verder op dat eiser heeft aangegeven dat hij alle tijdens de gehoren gestelde vragen begreep, zodat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat eiser over de kleur van de aarde iets anders heeft willen verklaren dan dat deze wit-of grijsachtig is.
Taalanalyse
9. Uit de taalanalyse blijkt dat eisers uitspraak niet overeenkomt met die van enig Zuid-Somalisch dialect zoals dat gangbaar is in eisers gestelde herkomstgebied in Zuid-Somalië. Eisers Somalisch komt overeen met het Somalisch zoals dat gangbaar is in Noord- Somalië. Mede daardoor zijn eisers verklaringen over zijn herkomst volgens de minister niet in grote lijnen als geloofwaardig te beschouwen.
Juridisch kader
10. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling [2] volgt dat een taalanalyse van Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (hierna: TOELT) een deskundigenadvies aan de minister is ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting volgt uit artikel 3:2 van de Awb. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de deskundige een reactie op wat over het advies is aangevoerd.
Oordeel van de rechtbank
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich er in dit geval niet voldoende van vergewist of de taalanalyse bruikbaar was om uitspraak te kunnen doen over de gestelde afkomst van eiser. De rechtbank baseert haar oordeel op de omstandigheid dat eiser heeft verklaard weliswaar zijn hele leven in El Adde in Zuid-Somalië te hebben gewoond, maar ook heeft aangegeven dat zijn familieleden uit Noord-Somalië afkomstig zijn, met een noordelijk accent spreken en dat eiser dit accent heeft opgepakt. Meer in het bijzonder heeft eiser verklaard dat zijn moeder en oma afkomstig zijn uit Mudug, dat tegen Puntland aanligt. Eiser heeft op eigen initiatief in het aanmeldgehoor AMV voorts verklaard dat hij en zijn familie bij de [naam clan 1] en bij de [naam clan 2] behoren. Blijkens openbare informatie van het internet is deze clan in Somalië voornamelijk aanwezig in het noorden van het land. Hoewel eiser ook heeft verklaard dat in zijn omgeving voornamelijk mensen wonen van de [naam clan 3] , die blijkens openbare informatie van het internet vooral aanwezig zijn in Zuid-Somalië, doelt eiser kennelijk op de clans in zijn gestelde huidige woonplaats El Adde. Anders dan de minister op zitting suggereerde blijkt daaruit niet dat eiser inconsistent heeft verklaard over zijn stamachtergrond. De rechtbank constateert verder dat uit het rapport taalanalyse blijkt dat eiser ook daar heeft aangegeven bij de [naam clan 1] te behoren. Deze omstandigheden maken dat de rechtbank het betoog van eiser dat hij met een noordelijk dialect of accent spreekt kan volgen. Omdat eiser uit zichzelf, voorafgaand aan het nader gehoor al indicaties heeft gegeven dat hij mogelijk een noordelijke stamachtergrond heeft, had de minister zich er naar aanleiding van het betoog van eiser in de zienswijze in ieder geval bij de taalanalist van moeten vergewissen of deze omstandigheid van invloed zou kunnen zijn geweest op de uitkomst van de taalanalyse. Dit heeft de minister ten onrechte niet gedaan. Dit maakt dat de minister de taalanalyse niet zonder nadere motivering aan zijn standpunt ten grondslag had mogen leggen.
11.1
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de herkomst van eiser niet geloofwaardig is doordat hij niet heeft benoemd dat in El Adde zendmasten staan en dat het zand in de omgeving rood is en niet grijs-wit zoals eiser heeft verklaard tijdens de herkomstvragen in het aanmeldgehoor AMV. De gemachtigde van eiser heeft erop gewezen dat uit luchtfoto’s van Google Earth blijkt dat het zand in het centrum van El Adde wel degelijk witachtig of grijs is terwijl het zand buiten El Adde inderdaad rood is. Dit heeft de minister niet betwist. Voorts heeft eiser verklaard over plaatsnamen in de buurt, de namen van aangrenzende wijken aan zijn eigen wijk [naam wijk] , dat er heuvels zijn, dat er één moskee is (de Jama-moskee), dat er één school is genaamd El Adde en dat er zich een ziekenhuis in zijn wijk bevindt dat het El Adde Hospital heet. De minister heeft niet betwist dat deze verklaringen van eiser kloppen. Ook heeft de minister eiser bij deze verklaringen uit het aanmeldgehoor AMV niet tegengeworpen dat deze omgevingskenmerken uit openbare informatie afkomstig zouden kunnen zijn, zoals de minister dat wel heeft gedaan bij de kenmerken die hij naar aanleiding van het gesprek met zijn gemachtigde in de zienswijze nog heeft genoemd. Niet valt daarom in te zien waarom de minister toch de herkomst ongeloofwaardig acht door aan eiser twee kenmerken tegen te werpen die volgens de minister niet zouden kloppen terwijl eiser meerdere kenmerken heeft benoemd die wel kloppen.
12. Gezien het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom de herkomst van eiser volgens hem ongeloofwaardig is. De overige door eiser aangevoerde gronden behoeven reeds daarom geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. De minister moet een nieuw besluit nemen waarbij de herkomst van eiser opnieuw op geloofwaardigheid wordt beoordeeld. Hij moet daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister daarvoor een termijn van acht weken na deze uitspraak.
12.1.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De rechtbank rekent met twee punten, met een waarde per punt van € 907,- op basis van een wegingsfactor 1.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 31 maart 2025;
- draagt de minister op om binnen acht weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van
mr.R.C. Lubbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566.