Eiser diende op 23 juni 2021 een asielaanvraag in, die op 12 mei 2023 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat Duitsland hem al subsidiaire bescherming verleende. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit wegens onvoldoende actuele informatie en gaf de opdracht tot een nieuw besluit.
Verweerder nam op 4 april 2024 een nieuw besluit tot niet-ontvankelijkverklaring, gebaseerd op een memo van 13 december 2023 waarin werd bevestigd dat eiser nog steeds subsidiaire bescherming genoot, ondanks dat zijn verblijfsvergunning was verlopen. Eiser betwistte de betrouwbaarheid van deze informatie en voerde aan dat hij bij grenscontroles de toegang tot Duitsland werd geweigerd, wat vragen oproept over zijn status.
De rechtbank oordeelt dat het verlopen van een verblijfsdocument niet automatisch het einde van de beschermingsstatus betekent en dat verweerder mag afgaan op actuele informatie van de Duitse autoriteiten. De toegangsweigering roept echter vragen op die nader onderzocht moeten worden. Daarom geeft de rechtbank verweerder vier weken om bij Duitsland navraag te doen over de huidige status van eiser en stelt eiser in de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en zal een einduitspraak doen zodra duidelijkheid bestaat over de subsidiaire beschermingsstatus van eiser in Duitsland.