Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 18 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland stuurde op 26 september 2024 een verzoek tot terugname naar Kroatië, dat dit op 10 oktober 2024 accepteerde.
Eiser voerde aan dat Kroatië niet langer op het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden vertrouwd vanwege slechte opvangomstandigheden, risico op detentie en pushbacks, en dat verweerder het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door gebruik van standaardteksten en onvoldoende persoonlijke beoordeling. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende objectieve informatie heeft overgelegd die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië ondermijnt.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het arrest Jawo van het Hof van Justitie van de EU, waarin is vastgesteld dat Kroatische autoriteiten Dublinclaimanten niet in strijd met mensenrechten behandelen. Ook is niet gebleken van fundamentele systeemfouten in de Kroatische asielprocedure.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft gehandeld en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht naar Kroatië onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.