ECLI:NL:RBDHA:2025:2061
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gelijktijdige uitspraak op beroep asielprocedure
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene asielprocedure. Deze aanvraag werd bij besluit van 2 december 2024 door de Minister van Asiel en Migratie afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL24.49048) op 7 februari 2025. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
Gezien de gelijktijdige uitspraak op het beroep in zaak NL24.49048 achtte de voorzieningenrechter het treffen van een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 14 februari 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gelijktijdige uitspraak op het beroep.