ECLI:NL:RBDHA:2025:20683
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardigheid en kennelijke ongegrondheid
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 26 juni 2025 een asielaanvraag in die op 22 augustus 2025 door verweerder werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep zonder zitting op verzoek van partijen.
Verweerder betwijfelde de geloofwaardigheid van eiser vanwege onvoldoende documenten en tegenstrijdige verklaringen, waaronder het gebruik van meerdere aliassen. Tevens vond verweerder dat eiser geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer naar Algerije of Libië, mede omdat eiser tijdens het nader gehoor geen aanvullende vrees voor vervolging of discriminatie had geuit.
Eiser stelde dat hij vreest voor eerwraak en discriminatie als Amazigh en dat hij in beide landen geen adequate medische zorg kan krijgen, maar kon dit niet concretiseren of onderbouwen met documenten. Ook voerde hij aan dat het terugkeerbesluit en inreisverbod onterecht zijn opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond kon afwijzen vanwege het ontbreken van relevante gronden en het bewust vernietigen van reisdocumenten. Het opleggen van het terugkeerbesluit en inreisverbod was eveneens gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.