Eiseres, die zowel de Oekraïense als Portugese nationaliteit bezit, verzocht in juli 2022 om tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vanwege de oorlog in Oekraïne. De minister maakte in november 2023 het voornemen bekend om de tijdelijke bescherming te beëindigen, omdat eiseres als unieburger wordt aangemerkt. Op 25 januari 2024 werd het recht op tijdelijke bescherming formeel beëindigd, waarbij tevens werd aangegeven dat eiseres Nederland niet hoeft te verlaten vanwege haar rechtmatig verblijf als unieburger.
Eiseres stelde beroep in tegen deze beëindiging en verzocht om een voorlopige voorziening, welke werd afgewezen. Zij voerde aan dat zij als ontheemde onder de Richtlijn valt en dat de tijdelijke bescherming niet rechtsgeldig beëindigd kon worden zonder een besluit van de Raad van Europa. Tevens stelde zij dat haar sociale en medische situatie in Nederland dit rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet als ontheemde kan worden aangemerkt omdat zij unieburger is en dat de minister daarom de tijdelijke bescherming mocht beëindigen. De eerdere toekenning van tijdelijke bescherming aan unieburgers was een noodmaatregel vanwege de spoedeisendheid van de situatie in 2022. De rechtbank verwierp de aangehaalde jurisprudentie en concludeerde dat eiseres voldoende mogelijkheden heeft om in Portugal te verblijven en medische zorg te ontvangen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M.H.W. Franssen op 28 oktober 2025.