ECLI:NL:RBDHA:2025:20708
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken geldige mvv en onvoldoende medische vrijstelling
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'humanitair niet-tijdelijk'. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling kon worden verleend op medische gronden.
Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn ongedocumenteerde status in Nederland geen medische stukken kon overleggen en dat medische behandeling in Pakistan niet gegarandeerd is. Tevens stelde hij dat hij een privéleven heeft opgebouwd in Nederland sinds 1987 en verwees naar jurisprudentie van het EHRM die een hogere uitzettingsdrempel hanteert bij langdurig verblijf.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij niet kan reizen vanwege zijn gezondheid en dat er geen medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden ontstaat zonder behandeling. Ook is niet aangetoond dat medische behandeling in Pakistan niet beschikbaar is. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro weegt in het nadeel van eiser, mede omdat hij nooit rechtmatig verblijf heeft gehad en onvoldoende banden met Nederland heeft aangetoond.
Verder is vastgesteld dat eiser geen geldig paspoort kon overleggen en dat het zijn eigen verantwoordelijkheid is om dit te regelen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen connexiteit meer is na de uitspraak op het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en de voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.