ECLI:NL:RBDHA:2025:20709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke procedure
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 30 september 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure. Eiser, vertegenwoordigd door mr. M. Pater, heeft beroep aangetekend tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, dat op 11 september 2024 is genomen. De rechtbank heeft echter besloten om het beroep niet inhoudelijk te behandelen, omdat eiser het verschuldigde griffierecht van € 194,- niet heeft betaald. De rechtbank heeft eiser op 2 augustus 2025 een aangetekende brief gestuurd met de mededeling dat het griffierecht binnen twee weken, uiterlijk op 16 augustus 2025, betaald moest worden. Aangezien het griffierecht niet op tijd is betaald en eiser geen geldige reden heeft gegeven voor deze niet-betaling, heeft de rechtbank de zaak niet in behandeling genomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, zoals bepaald in artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser krijgt geen gelijk en er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten door middel van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.