Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eisende partij 1] te [woonplaats 1] ,2. [eisende partij 2] te [woonplaats 1] ,
1.[gedaagde partij 1] te [woonplaats 2] ,2. [gedaagde partij 2] te [woonplaats 2] ,
1.De procedure
- de (tweede) akte wijziging eis in conventie, tevens akte overlegging productie 21.
2.De feiten
- Wij achten het onwaarschijnlijk dat de schade aan de woning van [ [eisers] c.s.] is veroorzaakt door het extra gewicht van de dakopbouw van [adres 2] . (…)
- Daarnaast zagen we met de kennis van dat moment geen aanleiding om aan te nemen dat een dakopbouw op [adres 1] niet mogelijk is. (…)
- De positionering van de dakopbouw van [adres 2] vormt een beperking voor de dakopbouwmogelijkheden van [ [eisers] c.s.]. Voor het realiseren van een vergelijkbare opbouw zal het ten minste nodig zijn de dakrand en de afwerking op de constructieve wand van dakopbouw van [adres 2] te verwijderen.
- Als alternatief voor het verwijderen van de dakgoot en wandafwerking is het mogelijk constructieve maatregelen aan de zijde van [adres 1] te treffen. Dit zal de breedte van de dakopbouw van [adres 1] beperken t.o.v. de dakopbouw van [adres 2] .”
- De dakopbouw nu is uitgevoerd volgens de omgevingsvergunning verleend op 09-12-2013.
- De buurman eenzelfde dakopbouw kan realiseren. Het ontwerp is hierop door de gemeente getoetst voordat de omgevingsvergunning is verleend.
- Net als bij andere dakopbouwen in de [wijk] zal bij aanbouwen de gevelbekleding en de dakrand van de zogeheten wachtgevel eerst moeten worden verwijderd. De kosten hiervan worden ruimschoots gecompenseerd doordat de buurman aan deze zijde zelf geen gevelbekleding hoeft aan te brengen. (…)”
Het beslag op de woning zal vóór 29 juli 2022 worden opgeheven zodat de woning beslagvrij aan de kopers kan worden geleverd. Daar tegenover zal uit de opbrengst van de woning door [ [gedaagden] c.s.] een bedrag van € 100.000,-- in depot worden gezet bij de notaris. Partijen zullen in een depotakte afspreken dat dit depot blijft liggen totdat zij gezamenlijk overeenstemming hebben bereikt over opheffing van het depot, dan wel de rechtbank in voorkomend geval een beslissing heeft gegeven over een eventuele schadevergoeding ten laste van [ [gedaagden] c.s.]. In dat geval zal die schadevergoeding kunnen worden voldaan uit het depot. (…)”
(…) De notaris mag slechts tot uitbetaling (…) overgaan:
indien hij van beide partijen schriftelijk een gelijkluidende opdracht hiertoe ontvangt, waarbij beide partijen verplicht zijn aan deze opdracht zo spoedig mogelijk hun medewerking te verlenen; of
indien in een rechterlijke uitspraak, die in kracht van gewijsde is gegaan dan wel uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is bepaald op welke wijze het depotbedrag dient te worden uitgekeerd. (…)
Over de termijn waarop het depotbedrag op de derdengeldrekening van de notaris staat is een negatieve rente verschuldigd van en vijf/tiende procent (0,5%), welke in mindering wordt gebracht bij uitkering van het depotbedrag, voor zover en voor zolang de notaris over het tegoed op zijn derdengeldenrekening zelf een dergelijke negatieve rente in rekening wordt gebracht. (…)”
3.Het geschil
- Voor recht verklaart dat:
- de dakopbouw over de erfgrens met de woning van [eisers] c.s. is gebouwd (vordering 1 onder a);
- deze overbouwing een onrechtmatige daad van [gedaagden] c.s. jegens [eisers] c.s. oplevert (vordering 1 onder b);
- [eisers] c.s. als gevolg van die onrechtmatige daad schade heeft kunnen lijden die in causaal verband staat met die onrechtmatige daad (vordering 1 onder c); en
- [eisers] c.s. zijn schade (de rechtbank begrijpt: de hiervoor bedoelde schade) kan verhalen op [gedaagden] c.s. (vordering 1 onder e);
- Primair:[gedaagden] c.s. gebiedt ervoor zorg te dragen dat de overbouwende delen van de dakopbouw worden verwijderd (vordering 1 onder d);
- [gedaagden] c.s. veroordeelt tot betaling van € 30.944,15 aan onderzoekskosten (vordering 2);
- [gedaagden] c.s. veroordeelt tot de kosten van dit geding, te vermeerderen met rente en nakosten (vorderingen 4 en 5).
4.De beoordeling
- Scheurvorming in verschillende muren in zijn woning (o.a. badkamer);
- [eisers] c.s. kunnen door de overbouw slechts een kleinere dakopbouw plaatsen, waardoor zij (i) minder ruimte overhouden en (ii) hun woning minder in waarde zal stijgen dan bij een grotere dakopbouw;
- Er is door de dakopbouw minder draagkracht beschikbaar ter hoogte van de scheidsmuur, waardoor [eisers] c.s. eveneens beperkt is in het plaatsen van een dakopbouw;
- Door de overbouw zijn aanvullende (draag)voorzieningen nodig als [eisers] c.s. een dakopbouw willen plaatsen, wat extra kosten met zich brengt;
- Door de lopende discussie heeft [eisers] c.s. 17 jaar vertraging opgelopen bij het plaatsen van een dakopbouw waardoor de kosten nu hoger uitvallen.
overbouwdoor [gedaagden] c.s. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] c.s. geen vorderingen ingesteld die zien op:
- i) aansprakelijkheid van [gedaagden] c.s. omdat er bij het plaatsen van de opbouw zware pallets met stenen op het dak van [eisers] c.s. zijn geplaatst, waardoor er scheuren in de muren van [eisers] c.s. zouden zijn ontstaan;
- ii) de vraag of [gedaagden] c.s. bij het plaatsen van de opbouw als zodanig (dus ook als er geen overbouw meer zou zijn) genoeg rekening heeft gehouden met de draagkracht van deze muur en zo nee, wat de daaruit volgende consequenties voor een eventuele dakopbouw van [eisers] c.s. zouden zijn.
over de erfgrens met de woning van [eisers] csis gebouwd”, dat “
deze overbouwing(…) een onrechtmatige daad oplevert”, dat “ [eisers] cs schade hebben kunnen lijden welke in direct causaal verband staat met het bouwen door [gedaagden] c.s.
over de erfgrens” en dat rechtbank inzake “de schade van [eisers] cs (…) ter zake
het feit dat zij een kleinere dakopbouw moeten plaatsen” verwijst naar de schadestaat.
nietworden verwijderd (zie hiervoor onder 2.7). In het licht hiervan heeft [eisers] c.s. onvoldoende betwist dat hij nog steeds een dakopbouw van ‘normale omvang’ kan bouwen.
wettelijkegrondslag [gedaagden] c.s. die verplichting jegens [eisers] c.s. zou hebben. Omdat de vordering van [eisers] c.s. tot vergoeding van schade wordt afgewezen kunnen de onderzoekskosten ook niet op de voet van art. 6:96 lid 2 onder Pro b BW worden toegewezen. Vordering 2 wordt dus afgewezen.