Verzoeker, een Iraanse nationaliteit dragende persoon, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel familie en gezin, gericht op verblijf bij zijn moeder in Nederland. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 27 juni 2024 afgewezen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar mag het bezwaar niet in Nederland afwachten.
Daarom verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist. Verweerder verzette zich niet tegen dit verzoek. De voorzieningenrechter beoordeelde dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en dat er sprake is van onverwijlde spoed.
De voorzieningenrechter besloot het verzoek toe te wijzen, waardoor de rechtsgevolgen van het afwijzingsbesluit worden opgeschort. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.