ECLI:NL:RBDHA:2025:20732
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 16 december 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Eiser stelde de minister op 11 juli 2025 in gebreke en diende op 4 augustus 2025 beroep in.
Tussen 14 december 2024 en 13 juni 2025 gold een besluitmoratorium voor Syrië, waardoor de beslistermijn met één jaar werd verlengd tot maximaal 21 maanden. Dit moratorium is van toepassing op aanvragen waarop nog niet is beslist, ook als de oorspronkelijke beslistermijn al was verstreken. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 16 juni 2026 beslissen op de aanvraag van eiser.
Omdat eiser zijn ingebrekestelling en beroep indiende voordat deze verlengde beslistermijn was verstreken, oordeelt de rechtbank dat het beroep prematuur en daarmee kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank komt niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit binnen het besluitmoratorium.