Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:20747

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
NL25.35278
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen en toekenning proceskosten

Eiser diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag. Op 13 augustus 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen, waardoor het beroep zijn doel heeft verloren en de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaart.

De rechtbank ziet geen noodzaak tot het houden van een zitting en oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep. Wel veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser vanwege de te late besluitvorming, waarbij een bedrag van €453,50 wordt toegekend.

De minister heeft niet gereageerd op het verzoek van eiser om proceskosten te vergoeden, waaruit de rechtbank concludeert dat de minister geen bezwaar maakt tegen deze veroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 11 september 2025.

Uitkomst: Beroep tegen niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard en minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €453,50.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.35278
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.L. Sarin),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag.
Op 13 augustus 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag (het reële besluit).
Eiser heeft zijn beroep gehandhaafd.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?
2. Het beroep van eiser tegen het niet-tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet- ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiser gelijk had met zijn beroep. Dit is om de volgende reden. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat de minister inmiddels heeft beslist, heeft het beroep van eiser geen zin meer. Eiser heeft zogezegd geen procesbelang meer bij zijn beroep.
Veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser?
3. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit omdat de minister het besluit van 13 augustus 2025 te laat heeft genomen en eiser terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
dat besluit. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.2
4. De minister heeft niet gereageerd op het verzoek van eiser. De rechtbank leidt hier uit af dat de minister er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van eiser te betalen. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister de proceskosten van eiser moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van
C.A.A.W. van der Heijden, griffier.
2 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 september 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.