ECLI:NL:RBDHA:2025:2075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag 2012 wegens evident geen recht
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de Dienst Toeslagen om compensatie toe te kennen voor het jaar 2012 binnen de toeslagenaffaire. De compensatie voor 2010 en 2011 was reeds toegekend, maar voor 2009 en 2012 afgewezen. De Commissie van Wijzen adviseerde dat voor 2012 wel sprake was van vooringenomen handelen, maar dat eiseres evident geen recht had op kinderopvangtoeslag omdat zij een uitkering ontving zonder re-integratietraject en geen gebruik maakte van kinderopvang.
Eiseres stelde dat zij wel recht had op compensatie omdat zij in 2012 werkzaam was en kinderopvang gebruikte, onderbouwd met een UWV-bericht over haar arbeidsverleden. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende bewijs is, omdat artikel 1.6 Wko vereist dat daadwerkelijk deelgenomen wordt aan een re-integratietraject of arbeid wordt verricht. Het ontbreken hiervan betekent dat er evident geen recht op kinderopvangtoeslag was.
Verder stelde eiseres dat het beginsel van equality of arms werd geschonden omdat zij niet over het volledige dossier beschikte, maar de rechtbank vond dat alle op de zaak betrekking hebbende stukken waren overgelegd. Ten slotte werd een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees de compensatie voor 2012 af, kende de immateriële schadevergoeding toe en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Compensatie voor kinderopvangtoeslag 2012 wordt afgewezen wegens evident geen recht; immateriële schadevergoeding van € 2.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.