ECLI:NL:RBDHA:2025:20752
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor afgifte laissez-passer aan minderjarige uit draagmoederschapsconstructie
Verzoekers, beiden Nederlandse staatsburgers, vroegen bij de Nederlandse ambassade in Bogota een reisdocument aan voor hun minderjarige kind, geboren in Colombia via een draagmoederschapsconstructie. De minister weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat volgens Nederlands recht de draagmoeder als juridische moeder geldt, terwijl op de Colombiaanse geboorteakte verzoekers als ouders staan vermeld.
Verzoekers stelden dat zij de biologische ouders zijn, wat werd ondersteund door een verwantschapsonderzoek met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,9%. Zij vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat het kind met een laissez-passer naar Nederland kan reizen en een visum kan krijgen voor verblijf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de erkenning van de geboorteakte niet in deze spoedprocedure kan worden beoordeeld, maar dat er wel sprake is van een spoedeisend belang. Gezien het belang van een stabiel gezinsleven en het ontbreken van twijfel over de zorgvuldigheid van het draagmoedertraject, werd het verzoek toegewezen. De minister werd opgedragen binnen een week een laissez-passer te verstrekken en het griffierecht en proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt de minister om binnen een week een laissez-passer te verstrekken aan de minderjarige zodat deze kan reizen.