ECLI:NL:RBDHA:2025:20754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingesteld tegen niet-tijdige beslissing asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 17 juni 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Eiser stelde de minister op 14 juli 2025 in gebreke en diende op 29 juli 2025 beroep in wegens het uitblijven van een beslissing.
Voor Syrië gold van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 een besluitmoratorium, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen werd verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden. Dit moratorium is ook van toepassing op lopende aanvragen waarvan de reguliere beslistermijn al was verstreken. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 17 december 2025 beslissen op de aanvraag van eiser.
Omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling en het beroep, oordeelt de rechtbank dat het beroep prematuur is ingesteld en daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en gaat niet in op een eventuele bestuurlijke dwangsom.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.