Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 april 2024, met producties 1 tot en met 23;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 10;
- het tussenvonnis van 21 augustus 2024, waarin een datum voor een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie alsmede akte wijziging van eis, met productie 24;
- de akte uitlaten wijziging van eis + korte notitie ten behoeve van de comparitie van partijen, met producties 11 en 12.
- de mondelinge behandeling van 25 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
- i) beslist dat de vrouw bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning aan de [adres 1] te [plaats 2] gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking voort te zetten,
- ii) bepaald dat de man aan de vrouw, met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, een partneralimentatie van € 6.000 bruto per maand zal betalen en;
- iii) bepaald dat de vrouw recht heeft op de helft van de verkoopopbrengst van de woning aan de [adres 2] te [plaats 2] en dat de man in dit kader een bedrag van € 113.722,90 aan de vrouw moet voldoen.
- i) de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep ten aanzien van de echtscheiding;
- ii) de beslissing over de partneralimentatie bekrachtigd;
- iii) de bestreden echtscheidingsbeschikking vernietigd voor zover daarin is bepaald dat de vrouw een bedrag van € 113.722,90 toekomt en opnieuw beschikkende bepaald dat de vrouw recht heeft op de helft van de verkoopopbrengst van de woning aan de [adres 2] te [plaats 2] en dat de man uit dien hoofde een bedrag van € 73.722,90 aan de vrouw moet voldoen.
3.Het geschil
4.De beoordeling
driepanden van de man, in totaal € 1.287,186 waard was op de peildatum, en de cheque € 238.379. Volgens de vrouw had de man op de peildatum een derde onroerend goed in Iran, een goedlopend bedrijf, banksaldi en pensioengelden die bij de berekening van het door de man tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen moeten worden betrokken. De man heeft een en ander betwist. De rechtbank gaat hieronder eerst in op de waarde van de door het hof genoemde vermogensbestanddelen en daarna op gestelde overige bestanddelen. De rechtbank bespreekt vervolgens de (tegen)vordering van de man en tot slot de geldvorderingen van de vrouw.
onroerend goed in Iran
water wordt overgedragen, aan
wieer wordt overgedragen en
wanneerer is overgedragen, laat staan dat het document (concrete) aanwijzingen bevat over de eigendom of de waarde van voornoemd pand per peildatum. Dat is niet genoeg om aan te kunnen nemen dat (de waarde van) het pand op de peildatum behoorde tot het door de man tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen.
(gemiste) partneralimentatie
moetenhandelen en een norm van ongeschreven recht of maatschappelijke zorgvuldigheid heeft geschonden is door de vrouw onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Reeds om die reden kan de vordering niet slagen. Daar komt bij dat de vrouw heeft erkend dat de man (nog steeds) alle vaste lasten betaalt voor de woning aan de [adres 1] waar partijen tot aan de levering aan een derde in december 2024 beiden nog wonen. De man heeft ter zitting verteld dat dit een bedrag van circa € 2.000 per maand betreft en dat het dan gaat om de hypotheek, belastingen, verzekeringen, energie- en waterkosten. Daarmee is geen rekening gehouden bij het vaststellen van de partneralimentatie.
advocaatkosten
leningen
Slotsom en proceskosten