ECLI:NL:RBDHA:2025:20842

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
NL25.24341
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vw
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling in asielzaak Syrië

Eiser diende op 30 mei 2025 beroep in tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag van 5 juli 2024. De rechtbank oordeelt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een beroep pas ontvankelijk is indien een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en daarna twee weken zijn verstreken.

Het besluitmoratorium voor vreemdelingen uit Syrië, ingesteld van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, schortte de beslistermijn op. Hierdoor werd de beslistermijn hervat op 14 juni 2025 en eindigde deze op 6 juli 2025. De ingebrekestelling van eiser op 14 mei 2025 was dus prematuur omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.D.C.J. Verheezen op 6 november 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.24341

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Saakjan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 30 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 5 juli 2024.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. De beslistermijn zou daarom op 5 januari 2025 eindigen.
3. Op de asielaanvraag van eiser is het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium [1] van toepassing. Eiser stelt namelijk dat hij de Syrische nationaliteit heeft. Ook heeft verweerder nog geen besluit genomen op de asielaanvraag en is de asielaanvraag ingediend voor 14 juni 2025. Verder is niet gebleken dat eiser viel onder één van de in artikel 4 van Pro het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium [2] genoemde categorieën die uitgesloten zijn van de werking van het besluitmoratorium. Het gevolg is dat de beslistermijn was opgeschort voor de duur van het besluitmoratorium. Dit was van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. De wettelijke beslistermijn is daarom hervat op 14 juni 2025. De beslistermijn eindigt daarom op 6 juli 2025.
4. Dat betekent dat op het moment van indiening van de ingebrekestelling op 14 mei 2025 de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 6 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538.
2.Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538.