Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 30 mei 2025 beroep in tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag van 5 juli 2024. De rechtbank oordeelt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een beroep pas ontvankelijk is indien een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en daarna twee weken zijn verstreken.
Het besluitmoratorium voor vreemdelingen uit Syrië, ingesteld van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, schortte de beslistermijn op. Hierdoor werd de beslistermijn hervat op 14 juni 2025 en eindigde deze op 6 juli 2025. De ingebrekestelling van eiser op 14 mei 2025 was dus prematuur omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.D.C.J. Verheezen op 6 november 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.