Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag van 29 augustus 2024. Verweerder had onderzocht of Nederland verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Op 1 november 2024 werd Nederland verantwoordelijk verklaard, waarna de beslistermijn van zes maanden op 29 oktober 2024 aanving en op 29 april 2025 zou eindigen.
Eiseres stelde op 28 maart 2025 een ingebrekestelling in, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Volgens artikel 6:12 Awb Pro kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat twee weken zijn verstreken sinds ontvangst van een ingebrekestelling en het bestuursorgaan in gebreke is. Omdat de ingebrekestelling prematuur was, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en maakte de uitspraak geanonimiseerd openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.