Eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 13 augustus 2023 een asielaanvraag in die door de minister op 26 juni 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister ging uit van de Keniaanse nationaliteit van eiser op grond van een Keniaans paspoort waarmee eiser had gereisd. Eiser betwist dit en stelt dat het paspoort frauduleus is verkregen en dat hij Somalische nationaliteit bezit. Hij heeft meerdere malen contact gezocht met de Keniaanse ambassade om zijn nationaliteit te laten verifiëren, maar beschikt niet meer over het originele paspoort.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte zonder nadere verificatie heeft aangenomen dat eiser de Keniaanse nationaliteit bezit. De rechtbank stelt dat eiser voldoende inspanningen heeft geleverd om een verklaring van de Keniaanse autoriteiten te verkrijgen en dat het aan de minister is om deze autoriteiten te benaderen. De afwijzing van de aanvraag is daarom niet deugdelijk gemotiveerd en wordt vernietigd.
De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.814 toegekend. De uitspraak is gedaan door de rechtbank Den Haag op 31 oktober 2025.