ECLI:NL:RBDHA:2025:20918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag en niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling in Dublinprocedure
In deze zaak heeft eiser, afkomstig uit Sudan, beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat deze niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De minister ontving de aanvraag op 25 oktober 2023, maar heeft geen overnameverzoek ingediend bij de Italiaanse autoriteiten, waardoor hij vanaf 26 december 2023 verantwoordelijk werd voor de aanvraag. Gedurende de periode van 8 juli 2023 tot 6 juli 2024 gold er een besluitmoratorium voor Sudan, wat betekent dat de minister gedurende deze tijd geen beslissingen nam op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor aanvragen die tijdens het moratorium zijn ingediend, is verlengd tot maximaal 21 maanden. Eiser heeft de minister op 27 maart 2025 in gebreke gesteld, maar de rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg was, aangezien de beslistermijn op dat moment nog niet verstreken was. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling en komt niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door rechter mr. O. Veldman en is op 29 augustus 2025 openbaar gemaakt.