ECLI:NL:RBDHA:2025:20918

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
NL25.23671
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 21 DublinverordeningArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Sudan

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 25 oktober 2023 en werd verantwoordelijk vanaf 26 december 2023 nadat het overnameverzoek aan Italië niet was ingediend.

Voor Sudan gold een besluitmoratorium van 8 juli 2023 tot 6 juli 2024, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen werd verlengd tot maximaal 21 maanden. De minister verlengde de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/35 met negen maanden. Hierdoor moest uiterlijk op 26 september 2025 worden beslist.

Eiser stelde de minister op 27 maart 2025 in gebreke, terwijl de beslistermijn toen nog niet verstreken was. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling en het vaststellen van een bestuurlijke dwangsom zijn niet aan de orde.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23671
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. D. van Elp),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag). De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep van eiser ontvankelijk?

3. De minister heeft de aanvraag op 25 oktober 2023 ontvangen. Uit het Eurodac- onderzoek bleek dat de naam van eiser bekend was bij de Italiaanse autoriteiten. De minister had twee maanden de tijd om een overnameverzoek in te dienen bij Italiaanse autoriteiten. Dit is niet gebeurd. De minister is daarom vanaf 26 december 2023 verantwoordelijk geworden voor de aanvraag van eiser.3 De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 21, eerste lid, van de Dublinverordening en artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
verantwoordelijk te zijn geworden voor de aanvraag beslissen.4 De minister heeft deze termijn onder toepassing van WBV 2023/35 met negen maanden verlengd.
4. Eiser komt uit Sudan. Met ingang van 8 juli 2023 tot en met 6 juli 2024 gold voor Sudan een besluitmoratorium.6 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.7
5. Het moratorium is mede van toepassing op asielaanvragen waarvan de beslistermijn van vijftien maanden is verstreken op het moment van de inwerkingtreding van het moratorium.8 De aanvraag van eiser valt onder deze situatie en daarmee dus onder het toepassingsbereik van het moratorium.
6. De minister dient uiterlijk op 26 september 2025 te beslissen op de aanvraag (26 december 2023 + zes maanden + negen maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). Eiser heeft de minister op 27 maart 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet verstreken. De ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend. Het beroep is daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van
C.A.A.W. van der Heijden, griffier.
4 Artikel 42, eerste lid, van de Vw.
5 Stcrt, 2023, 3235. Bij uitspraak van 16 februari 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:1859) heeft deze zittingsplaats van de rechtbank de verlenging rechtmatig bevonden.
6 Stcrt. 2023, 18540 en Stcrt. 2024, 146.
7 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van Pro het Besluit instellen besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen Sudan.
8 Vgl. o.m. de uitspraak van de ABRvS van 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3600, onder 5.3.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 augustus 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.