ECLI:NL:RBDHA:2025:20966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag W2-document wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eisers hebben op 27 januari 2025 aanvragen ingediend voor een Vreemdelingen Identiteitsbewijs type W2, welke door de minister op 12 februari 2025 zijn afgewezen. Het bezwaar van eisers werd op 23 juni 2025 eveneens afgewezen, waarna zij beroep instelden bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank oordeelt dat eisers ten tijde van het bestreden besluit geen rechtmatig verblijf hadden op grond van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen schorsende werking van het bezwaar bestond en het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State nog openstond zonder voorlopige voorziening. De minister heeft terecht de aanvragen afgewezen op basis van artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000, zonder belangenafweging.
Eisers stelden dat de minister de belangen van met name hun kinderen onvoldoende heeft meegewogen en dat het evenredigheidsbeginsel en menselijke maat toepassing behoefden, maar de rechtbank verwierp deze stelling. De rechtbank benadrukt dat eisers de beslissing op hun bezwaren tegen de verblijfsvergunning moeten afwachten en eventueel rechtsmiddelen kunnen inzetten.
Het beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvragen voor het W2-document blijft in stand. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een W2-document wordt ongegrond verklaard.