ECLI:NL:RBDHA:2025:2097
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaken tegen weigering behandeling asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Polen volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Hiertegen is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een andere zaak behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.2603) is een voorlopige voorziening niet langer nodig. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich en griffier S.N. Lekatompessij op 12 februari 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.