ECLI:NL:RBDHA:2025:20978

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
NL23.38735 en NL25.6611
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen twee afzonderlijke besluiten van de minister van Asiel en Migratie, waarin hun asielaanvragen van 4 december 2023 en 5 februari 2025 als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Tegelijkertijd hebben zij een voorlopige voorziening gevraagd om de uitvoering van deze besluiten te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank reeds op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Daarom zijn de verzoeken om een voorlopige voorziening afgewezen en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier Y. Chakur, en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op hetzelfde moment uitspraak is gedaan op het hoofdberoep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38735 en NL25.6611

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster en [verzoeker] , verzoekerV-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]

(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
hierna tezamen: verzoekers
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. van Raak).

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 4 december 2023 (het bestreden besluit 1) en 5 februari 2025 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.38734 en NL25.6610, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoekers. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw.