ECLI:NL:RBDHA:2025:20991

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
NL24.8075
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot proceskostenvergoeding wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar mvv-aanvraag

Verzoekster stelde op 29 februari 2024 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaar tegen het besluit van 20 oktober 2022 waarbij haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) buiten behandeling werd gesteld. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 10 september 2024 het bezwaar gegrond verklaard en alsnog een mvv verleend.

Nadat verzoekster het beroep had ingetrokken, verzocht zij de rechtbank om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de minister geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen en het bezwaar gegrond te verklaren.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) werd de minister veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten. De rechtbank hanteerde een wegingsfactor 'licht' vanwege de aard van het beroep dat uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.8075

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 29 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op het ingediende bezwaar, gericht tegen het besluit van 20 oktober 2022 waarbij de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij [naam] buiten behandeling is gesteld.
Bij besluit van 10 september 2024 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en alsnog een mvv aan verzoekster verleend.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op het bezwaar van verzoekster heeft besloten en het bezwaar hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen ongegrond heeft verklaard, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan 5 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.