Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op hun bezwaar tegen een besluit van 18 december 2024. De minister had uiterlijk op 9 juli 2025 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eisers stelden de minister op 25 juli 2025 in gebreke en dienden daarna het beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen twaalf weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op het bezwaar. Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank wijst erop dat vanwege de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken de bestuurlijke dwangsom is afgeschaft voor ingebrekestellingen na 15 april 2025, zodat de minister geen bestuurlijke dwangsom aan eisers hoeft te betalen. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 194,- aan eisers.