ECLI:NL:RBDHA:2025:2107
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gelijktijdige beslissing op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Malinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 3 december 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 februari 2025, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Op dezelfde dag werd in een andere zaak (NL24.49097) uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker.
Gezien de gelijktijdige beslissing op het beroep achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening overbodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 14 februari 2025 in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege gelijktijdige beslissing op het beroep.