ECLI:NL:RBDHA:2025:21099

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
NL25.44232 en NL25.44233
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van een Sierra Leoonse nationaliteit met betrekking tot homoseksuele geaardheid en de afwijzing door de minister van Asiel en Migratie

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser, een Sierra Leoonse nationaliteit, tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Eiser heeft op 12 april 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, maar deze is op 5 september 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 2 oktober 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder en een tolk. Eiser stelt dat hij vreest voor problemen vanwege zijn homoseksuele geaardheid bij terugkeer naar Sierra Leone. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de homoseksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de asielaanvraag niet voldoende is onderbouwd en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten van eiser vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.44232 en NL25.44233
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. A. Saakjan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.A.F.J. Smeulders).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 12 april 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 5 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
1.1.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op
2 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, I. Jalloh als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Sierra Leoonse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2003. Hij heeft op 24 december 2021 zijn eerste asielaanvraag gedaan. Deze aanvraag heeft verweerder bij besluit van 19 juli 2022 niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk was voor de behandeling daarvan. Bij uitspraak van 25 augustus 2022 heeft de rechtbank het beroep van eiser gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. [2] Ondanks een geaccepteerde Dublinclaim, is eiser niet tijdig overgedragen aan de Spaanse autoriteiten.
3. Eiser heeft aan zijn huidige asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij bij terugkeer naar Sierra Leone vreest voor problemen vanwege zijn gestelde homoseksuele geaardheid.
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: 1) identiteit, nationaliteit en herkomst en 2) homoseksuele geaardheid en daaruit voortvloeiende problemen.
4.1.
Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verweerder vindt eisers homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig. Redengevend daarvoor is dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten die zijn asielmotief volledig onderbouwen. Ook tegengeworpen is dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [3] Daarnaast werpt verweerder eiser tegen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en hij daarvoor geen goede verklaring heeft. [4] Verweerder vindt verder dat eiser niet in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd. [5] Op grond van de geloofwaardige motieven kan eiser volgens verweerder niet als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag worden aangemerkt. Ook zijn deze motieven onvoldoende zwaarwegend om aan te nemen dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. [6] Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was. [7] Aan eiser is daarom een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en ook een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Volgens eiser heeft verweerder ten onrechte zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig geacht. Ten eerste heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser. Uit het besluit blijkt namelijk niet dat er rekening is gehouden de culturele achtergrond en de jeugdige leeftijd van eiser. Verweerder is ook onvoldoende ingegaan op de uitgebreide zienswijze van eiser. Verder heeft verweerder de correcties en aanvullingen op het nader gehoor ten onrechte niet meegenomen in zijn beoordeling, waardoor het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor is geschonden. Eiser wijst daarbij specifiek op zijn correcties ten aanzien van de vraag of hij ook gevoelens kreeg voor andere mannen dan [naam] en de vraag of de mannen die eiser en [naam] hebben betrapt door de deur of het raam zijn binnengekomen. Ook heeft verweerder meermaals tegengeworpen dat eiser niet voldoende persoonlijk en authentiek heeft verklaard, zonder toe te lichten wat nog meer van eiser werd verwacht. Eiser heeft, gelet op zijn referentiekader, persoonlijk en authentiek verklaard over zijn homoseksuele gevoelens, zijn ervaring met de negativiteit van zijn gemeenschap over zijn geaardheid, zijn relatie met [naam] en zijn gevoelens voor [naam] . Daarbij heeft verweerder ook onvoldoende betrokken dat de gehoormedewerker op verschillende momenten niet heeft doorgevraagd of andersoortige vragen heeft gesteld naar aanleiding van de verklaringen van eiser. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte tegengeworpen dat eiser geen kennis heeft van de LHBTI organisaties in Sierra Leone. De onzichtbare organisaties in Sierra Leone zijn voor eiser ook onzichtbaar en de zichtbare organisaties kan eiser niet rijmen met het feit dat LHBTI personen worden vervolgd. Verweerder heeft de brief van Rainbow Den Haag ook ten onrechte niet betrokken, omdat dit geen overtuigend bewijs zou zijn. Een LHBTI organisatie zou geen steunbrief opstellen voor iemand die niet LHBTI is.
5.1.
Volgens eiser heeft verweerder ook ten onrechte tegengeworpen dat eiser zonder goede verklaring zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend, omdat eiser niet met onbekende bestemming is vertrokken maar bij een organisatie in Amsterdam verbleef en zich weer heeft gemeld in Ter Apel toen hij in de nationale procedure is opgenomen.
5.2.
Volgens eiser heeft verweerder ook ten onrechte tegengeworpen dat hij op grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Door eiser op voorhand niet als geloofwaardig te beschouwen, vervult verweerder zijn taak met vooringenomenheid.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen van eiser ongeloofwaardig heeft geacht.
Homoseksuele geaardheid
8. Verweerder heeft zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser geen inzicht heeft gegeven in zijn homoseksuele gevoelens. Ook heeft verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser summier en onpersoonlijk heeft verklaard over hoe het voor hem was dat anderen negatief waren over zijn geaardheid en dat hij zijn geaardheid verborgen moest houden.
8.1.
Ten aanzien van eisers gevoelens voor mannen heeft verweerder daarbij ten onrechte tegengeworpen dat eiser algemeen en oppervlakkig heeft verklaard over hoe hij zijn homoseksuele geaardheid heeft ervaren en geen inzicht heeft gegeven in zijn persoonlijke beleving hiervan. De rechtbank stelt vast dat eiser onder meer heeft verklaard dat hij tijdens zijn jeugd geen gevoelens had voor jongens of voor meisjes, maar op de middelbare school ontdekte dat hij gevoelens begon te krijgen voor een jongen, namelijk voor [naam] . Eiser werd niet blij van de gesprekken die zijn schoolvrienden over meisjes voerden en ging dan meestal weg. Eiser verklaart ook dat hij op verschillende manieren bekend raakte met homoseksualiteit. Tijdens preken van de imam in de moskee, door de meningen van mensen om hem heen en door wat hij in het nieuws en de media las over homoseksualiteit kwam hij erachter dat zijn gemeenschap een negatief beeld had van homoseksualiteit. Eiser verklaart ook over het zelfbeeld dat hij daardoor kreeg. Het voelde voor hem als een afvallig ding om gevoelens te hebben voor een man en hij voelde zich depressief en in de war door zijn gevoelens. Hij hoopte dat zijn gevoelens over zouden gaan en hij voelde zich bang om over zijn gevoelens te vertellen aan andere mensen. Eiser verklaart ook over wat hij heeft ondernomen om te proberen zijn seksualiteit te veranderen. Zo probeerde hij meer te bidden en te vasten om die gevoelens uit zichzelf te krijgen, afstand te nemen van [naam] en met twee meisjes een relatie te beginnen. Verder verklaart eiser over de uiteindelijke acceptatie van zijn seksualiteit en hoe die acceptatie niet in een keer tot stand is gekomen, maar gepaard is gegaan met momenten van twijfel. Eiser heeft ook verklaard over het moment waarop hij zijn moeder vertelde over zijn seksualiteit, de reactie van zijn moeder, zijn daaropvolgende conclusie dat hij ‘illegaal’ was en zijn besluit het daarna voor zichzelf te bewaren. Deze verklaringen geven wel degelijk inzicht in de gevoelens en gedachten van eiser over zijn homoseksuele geaardheid en zijn persoonlijke beleving daarvan in een gemeenschap die negatief was over zijn geaardheid. Het is de rechtbank niet duidelijk wat verweerder, gelet op het referentiekader van eiser, nog meer van hem verwacht. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat eiser heeft verklaard dat hij 15 jaar oud was toen hij ontdekte dat hij gevoelens had voor jongens en dat hij is opgegroeid in een gemeenschap waarin niet werd gesproken over seksualiteit. Ook acht de rechtbank het van belang dat eiser, aan wie is tegengeworpen dat hij niet inzichtelijk genoeg heeft verklaard, tijdens zijn vrij relaas en op een ander moment door de hoormedewerker is onderbroken en gevraagd zijn verhaal in te korten, wat de mogelijkheid openlaat dat eiser meer had willen en kunnen verklaren.
8.2.
De rechtbank betrekt daarbij ook dat verweerder ten onrechte heeft tegengeworpen dat eiser weinig kennis heeft over de situatie van de LHBTI gemeenschap en organisaties in Sierra Leone. Eiser zou volgens verweerder meer onderzoek gedaan moeten hebben. Uit WI 2019/17 volgt niet met zoveel woorden dat vereist is dat een vreemdeling kennis van en contacten met LHBTI organisaties moet hebben in zijn land van herkomst.
8.3.
Ook heeft verweerder ten onrechte tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over zijn gevoelens voor mannen, omdat eiser heeft verklaard enkel gevoelens te hebben gehad voor [naam] en daarna verklaart over gevoelens voor andere mannen. Eiser heeft eenmalig tijdens het nader gehoor verklaard dat hoewel hij bad, hij meer gevoelens kreeg voor andere mannen. Daarna heeft eiser op vraag van de gehoormedewerker of eiser dit kon toelichten, omdat hij eerder had verklaard dat hij enkel gevoelens kreeg voor [naam] , geantwoord dat hij doelde op zijn gevoelens voor [naam] , niet voor andere mannen. In de correcties en aanvullingen op het nader gehoor heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat eiser met zijn opmerking dat hij gevoelens kreeg voor andere mannen heeft bedoeld dat hij gevoelens kreeg voor mannen. Hoewel verweerder niet zonder meer wijzigingen of aanvullingen die naar voren worden gebracht in de correcties en aanvullingen, hoeft over te nemen, moet hij, gelet op de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling in asielzaken, wel kenbaar motiveren waarom hij de correcties en aanvullingen niet betrekt bij zijn afweging. [8] Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de enkele stelling dat eiser niet heeft uitgelegd hoe dit misverstand is ontstaan onvoldoende gemotiveerd waarom hij deze correcties niet betrekt bij zijn afweging. De rechtbank betrekt daarbij dat uit de uitspraak van de hoogste bestuursrechter [9] blijkt dat verweerder een deugdelijke verklaring mag verlangen waaróm eiser terug komt op een eerdere verklaring. In dit geval ziet de correctie van eiser echter op een enkel woord en was deze dus niet om bedoeld om een nadere toelichting of aanvullende verklaring te geven, dan wel terug te komen op de gegeven verklaring en deze inhoudelijk te wijzigen. De rechtbank betrekt ook dat eiser gedurende het gehele gehoor heeft verklaard alleen gevoelens te hebben gehad [naam] , niet voor andere mannen. Verweerder mocht de correctie dan ook niet zonder nadere motivering buiten beschouwing laten.
Relatie met [naam] en betrapping
9. Verweerder heeft zich verder onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser zijn relatie met [naam] en zijn gevoelens voor [naam] niet inzichtelijk heeft gemaakt. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiser de betrapping met [naam] niet aannemelijk heeft gemaakt.
9.1.
De rechtbank volgt verweerder grotendeels in zijn standpunt dat eiser summier en algemeen heeft verklaard over zijn relatie met [naam] . Eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank weinig inzicht gegeven in de ontwikkeling van de relatie, wat hij precies voelt voor [naam] en de invulling van de relatie. Verweerder wijst er in dat verband terecht op dat eiser heeft verklaard dat zij enkele jaren een relatie hebben gehad. Hoewel verweerder niet ten onrechte overweegt dat van eiser mag worden verwacht dat hij meer vertelt over wat hem nu zo aantrok aan [naam] en wat voor activiteiten zij samen verrichtten, zijn deze tegenwerpingen, gelet op het onderstaande, alsmede de jonge leeftijd van eiser tijdens de relatie, onvoldoende om de conclusie te dragen dat tussen eiser en [naam] geen sprake zou zijn van een liefdesrelatie.
9.2.
Ten aanzien van de betrapping met [naam] heeft verweerder ten onrechte zonder nadere motivering betrokken dat het ongerijmd is dat eiser is vergeten de deur op slot te doen, wetende dat hij betrapt kon worden en dit ernstige gevolgen kon hebben. Dat eiser onvoorzichtig heeft gehandeld en een risico heeft genomen, kan niet zonder nadere motivering tot de conclusie leiden dat de betrapping ongeloofwaardig is. Hierbij is verweerder voorbijgegaan aan de jeugdige onbezonnenheid die daarbij een rol kan spelen. De rechtbank betrekt daarbij ook dat zij verweerder niet volgt in de tegenwerping dat eiser wisselend heeft verklaard over de manier waarop de mannen eiser en [naam] hebben betrapt, omdat eiser volgens verweerder heeft verklaard dat de man door het raam naar binnen is gekomen en vervolgens dat de man door de deur naar binnen is gekomen. Eiser heeft eenmalig verklaard dat ze het raam hebben dichtgedaan, maar dat vergeten zijn op slot te doen. Daarna heeft eiser op vraag van de gehoormedewerker of hij kan verklaren dat hij een dag eerder zou hebben gezegd dat een man door het raam binnen was gekomen en later door een deur, geantwoord dat hij niet heeft gezegd dat iemand via het raam is binnengekomen, maar dat de mannen via de deur zijn binnengekomen. In de correcties en aanvullingen op het nader gehoor heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat eiser niet heeft bedoeld te zeggen dat eiser en [naam] waren vergeten het raam op slot te doen, maar dat ze het raam hebben dichtgedaan, maar vergeten zijn de deur op slot te doen. Nu ook deze correctie op een enkel woord ziet en eiser verder steeds heeft verklaard dat de mannen door de deur naar binnen zijn gekomen, mocht verweerder ook deze correctie niet zonder nadere motivering buiten beschouwing laten. Verder betrekt de rechtbank ook dat verweerder eiser heeft tegengeworpen dat hij niet weet hoe het is afgelopen met [naam] , terwijl verweerder tijdens het gehoor niet heeft gevraagd naar welke pogingen eiser heeft ondernomen om contact te zoeken met [naam] . Ter zitting heeft eiser desgevraagd verklaard dat hij via Facebook contact heeft gezocht met [naam] zelf, maar dat hij geen reactie kreeg.
10. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Alleen daarom al is het beroep gegrond en komt het bestreden besluit in aanmerking voor vernietiging. De overige gronden van beroep behoeven daarom geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. [10] De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit nemen op de aanvraag en daarbij rekening houden met deze uitspraak.
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
13. Omdat het beroep gegrond is, zal de rechtbank verweerder veroordelen in de door eiser gemaakt proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €2.721,-. [11]

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 5 september 2025;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een totaalbedrag van €2.721,-.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Drageljević, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vw.
4.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d van de Vw.
5.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e van de Vw.
6.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
7.Artikel 31, eerste lid, in samenhang met artikel 30b, eerste lid, onder h van de Vw.
8.Uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1766.
9.Uitspraak van de Afdeling van 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2615.
10.Op grond van artikelen 3:46 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
11.1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.