ECLI:NL:RBDHA:2025:21100

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
NL25.44305 en NL25.44306
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag van Marokkaanse eiser wegens gebrek aan onderbouwing van identiteit en psychische klachten

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag wordt het beroep van een Marokkaanse eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag behandeld. Eiser heeft op 28 augustus 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, maar deze is door de minister van Asiel en Migratie op 12 september 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft op 2 oktober 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde via videoverbinding aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de verweerder en een tolk. Eiser stelt dat hij bedreigd wordt door drie mannen in Marokko vanwege een restaurant dat hij heeft opgebouwd, maar de rechtbank oordeelt dat hij zijn identiteit en de gestelde bedreigingen niet voldoende heeft onderbouwd.

De rechtbank concludeert dat de verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt, omdat hij geen geloofwaardige asielmotieven heeft gepresenteerd. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd die zijn identiteit en de gestelde bedreigingen onderbouwen. Bovendien heeft hij eerder asielaanvragen gedaan die niet in behandeling zijn genomen, wat zijn geloofwaardigheid ondermijnt. De rechtbank wijst ook op het feit dat eiser geen medische documenten heeft overgelegd die zijn psychische klachten onderbouwen, ondanks zijn verzoek om medisch onderzoek. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond terecht is en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.44305 en NL25.44306
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. A.W. IJland),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.A.F.J. Smeulders).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 28 augustus 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 12 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 2 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser (via videoverbinding), Z. Hamidi als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995. Eiser heeft op 22 februari 2022 zijn eerste asielaanvraag gedaan. Deze aanvraag heeft verweerder bij besluit van 8 augustus 2022 niet in behandeling genomen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk was voor de behandeling daarvan. Bij uitspraak van 23 september 2022 heeft de rechtbank het beroep van eiser ongegrond verklaard. [2] Daarna heeft eiser op 25 december 2022 opnieuw een asielaanvraag gedaan. Deze aanvraag heeft verweerder bij besluit van 7 april 2023 buiten behandeling gesteld, omdat eiser met onbekende stemming was vertrokken en niet bereikbaar was. Daarbij heeft verweerder een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar opgelegd.
3. Eiser legt aan zijn huidige asielaanvraag ten grondslag dat hij van drie mannen materialen ontving voor de opbouw van zijn restaurant. In ruil daarvoor gaf eiser hun cheques als betaling. Eiser heeft het afgesproken bedrag inmiddels volledig betaald, maar de mannen hebben de cheques nooit aan hem teruggegeven. Daarmee bedreigen zij eiser nu en persen zij hem af. Ze hebben eiser ook mishandeld. Bij terugkeer naar Marokko vreest voor zijn leven, omdat de mannen hem mogelijk willen vermoorden of laten oppakken en gevangenzetten. Eiser denkt ook dat zij hem in de gevangenis kunnen mishandelen.
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1) identiteit, nationaliteit en herkomst en 2) problemen met mannen vanwege de opbouw van zijn restaurant.
5. Verweerder acht eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verweerder vindt eisers gestelde identiteit niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die zijn identiteit volledig onderbouwen, waardoor verweerder verder beoordeeld heeft of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Volgens verweerder is dit niet het geval. Eiser heeft zijn paspoort en identiteitsbewijs ruim drie jaar geleden bewust achtergelaten in Italië en heeft in de jaren daarna niets ondernomen om in het bezit te komen van de documenten, waardoor hij geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te staven en zonder goede verklaring onvoldoende documenten heeft gegeven. Ook vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel, omdat hij bij zijn eerste aanvraag verklaarde bestolen te zijn in Griekenland en later stelt zijn paspoort in Italië bij een vriend te hebben achtergelaten. Ook kan hij in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd, omdat hij bij de vorige asielaanvraag met onbekende bestemming is vertrokken en zich aan het toezicht heeft onttrokken, langere tijd in Europa heeft verbleven terwijl een terugkeerbesluit en inreisverbod waren opgelegd en hij dus illegaal in Nederland heeft verbleven en, tot slot, eiser zich niet meteen opnieuw heeft gemeld voor asiel en zijn asielmotief in de huidige procedure is anders dan in zijn eerste gesprek met de politie.
6. Verder vindt verweerder de problemen met mannen vanwege de opbouw van het restaurant ongeloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die zijn problemen volledig onderbouwen, waardoor verweerder verder beoordeeld heeft of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Volgens verweerder is dit niet het geval. Eiser heeft op geen enkele manier onderbouwd eigenaar te zijn geweest van een restaurant in Marokko, waardoor hij geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te staven. Ook vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel, omdat hij de bedreigingen door de mannen en door de politie niet aannemelijk heeft gemaakt. Het is ongerijmd dat eiser geen hulp heeft gezocht bij de autoriteiten en eiser heeft geen enkele aanwijzing dat hij wordt gevolgd door de autoriteiten of dat de mannen op zoek zijn naar hem. Ook kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd.
7. Op grond van de geloofwaardige motieven kan eiser volgens verweerder niet als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag worden aangemerkt. Ook zijn deze motieven onvoldoende zwaarwegend om aan te nemen dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. [3] Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser geen verdragsgerelateerde problemen of problemen die raakvlakken hebben met artikel 3 EVRM aan de orde heeft gesteld. Daarbij heeft verweerder het eerder opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod gehandhaafd.
Wat vindt eiser in beroep?
8. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder heeft onvoldoende onderzocht of eisers psychische klachten reden geven voor uitstel van vertrek op medische gronden, nu er concrete signalen zijn dat eiser aan ernstige psychische klachten lijdt. Eiser heeft verzocht om medisch onderzoek en zijn suïcidale gedachten geuit tijdens het gehoor. Verder heeft verweerder de geloofwaardigheidsbeoordeling onvoldoende gemotiveerd, gelet op de verklaringen en zienswijze van eiser.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
9. De rechtbank overweegt dat eiser niet heeft toegelicht welke door hem in de gehoren of in de zienswijze aangedragen omstandigheden ertoe leiden dat verweerder de geloofwaardigheidsbeoordeling onvoldoende heeft gemotiveerd. Verweerder is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze van eiser. Het is daarom aan eiser om aan te geven waarom de reactie van verweerder op de zienswijze in het bestreden besluit niet juist of niet toereikend is. De rechtbank richt zich dus alleen op wat eiser in zijn beroepschrift concreet heeft aangevoerd en zal daar, voor zover van belang, hierna op ingaan.
10. De beroepsgrond over artikel 64 van de Vw [4] slaagt niet. Verweerder heeft mogen afzien van de inhoudelijke beoordeling of eiser in aanmerking komt voor uitstel van vertrek om medische redenen op grond van artikel 64 Vw, omdat eiser zijn medische situatie niet heeft onderbouwd. Eiser heeft geen medische documenten overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van psychische klachten of trauma waarvoor hij een doorverwijzing heeft gekregen of waarvoor hij onder behandeling staat. De suïcidale uitlating van eiser tijdens het gehoor en de signaleringslijst die eiser met zijn gemachtigde heeft opgesteld heeft verweerder zonder nadere onderbouwing van de medische situatie onvoldoende kunnen vinden. Ter zitting heeft eiser desgevraagd verklaard dat hij zich tijdens zijn bewaring heeft gewend tot de medische dienst en dat de medische dienst heeft gezegd dat zij niet veel kunnen doen voor eiser. Dit wijst erop dat er geen sprake is van psychische klachten waarvoor is doorverwezen. Het gedrag van eiser op zitting, namelijk trillen en huilen, leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft er op zitting ook op kunnen wijzen dat er geen signalen waren dat eiser ongeschikt was voor bewaring.

Conclusie en gevolgen

11. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond.
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
13. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Drageljević, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
4.Vreemdelingenwet 2000.