ECLI:NL:RBDHA:2025:21106
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid Koerdische herkomst en criminele betrokkenheid
Eiser, een Turkse staatsburger die stelt Koerdische herkomst te hebben en betrokken te zijn bij een criminele organisatie, verzocht om asiel in Nederland. Zijn aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen als kennelijk ongegrond wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn verklaringen en het gebruik van valse documenten.
De rechtbank behandelde het beroep op 2 oktober 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk Koerdisch is, mede omdat zijn verklaringen over taalvaardigheid en achtergrond tegenstrijdig waren. Ook zijn beweringen over de criminele organisatie en de dreigingen waren vaag en niet onderbouwd met objectieve documenten.
Verder werd het later indienen van de asielaanvraag zonder goede reden meegewogen, evenals het gebruik van vals identiteitsbewijs om de autoriteiten te misleiden. De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag afwees en het terugkeerbesluit en inreisverbod oplegde. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardigheid en bevestigt het terugkeerbesluit en inreisverbod.