ECLI:NL:RBDHA:2025:21119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens moratorium
Eiseres diende op 30 juni 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 2 mei 2024. Nederland werd op 19 december 2024 verantwoordelijk voor de behandeling, waarna de beslistermijn van zes maanden liep tot 19 juni 2025. De minister stelde echter op 11 december 2024 een besluit- en vertrekmoratorium (BVM) in voor Syrische vreemdelingen, waardoor op het moment van de ingebrekestelling het moratorium nog van kracht was en de minister niet kon beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was en het beroep niet voldoet aan de vereisten voor ontvankelijkheid. De overige gronden van het beroep behoeven daarom geen bespreking. De rechtbank merkt op dat eiseres de minister opnieuw in gebreke kan stellen nu het moratorium is geëindigd.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst de proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 11 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het geldende besluit- en vertrekmoratorium.