In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 7 november 2025, wordt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser behandeld. Eiser, die op 11 november 2022 zijn aanvraag indiende, heeft op 6 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft de beroepen en het verzoek om een voorlopige voorziening op 30 september 2025 behandeld. Eiser stelt dat hij de Soedanese nationaliteit heeft en vreest voor de veiligheid in Soedan. De rechtbank oordeelt dat de minister de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft kunnen afwijzen, omdat eiser een vals document heeft overgelegd en zijn identiteit en nationaliteit ongeloofwaardig zijn bevonden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten voor het niet tijdig beslissen, maar niet voor de ongegrond verklaarde aanvraag. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.