ECLI:NL:RBDHA:2025:21167

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
NL25.32338
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië

De zaak betreft een beroep van een asielzoeker uit Syrië tegen de minister van Asiel en Migratie wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De eiser diende zijn aanvraag in op 25 maart 2024. Op 11 december 2024 werd een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen uit Syrië werd verlengd van zes naar achttien maanden.

De eiser stuurde op 25 juni 2025 een ingebrekestelling aan de minister, maar op dat moment was de verlengde beslistermijn nog niet verstreken. Volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is verlopen. Omdat de ingebrekestelling te vroeg was, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk zonder zitting.

De rechtbank oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.32338

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag.

Overwegingen

1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk.
3. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet verweerder binnen zes maanden op de aanvraag beslissen. Op 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, heeft verweerder een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië. Het besluitmoratorium houdt in dat de beslistermijnen van lopende asielaanvragen en van asielaanvragen die tijdens het moratorium worden ontvangen, worden verlengd met een jaar, tot maximaal 21 maanden na de asielaanvraag. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat de oorspronkelijke beslistermijn van zes maanden is verlengd met twaalf maanden en dat dus voor alle asielaanvragen die vóór en tijdens het besluitmoratorium zijn ingediend in beginsel een beslistermijn van bij elkaar opgeteld achttien maanden geldt.
4. Eiser is afkomstig uit Syrië. Hij heeft de asielaanvraag ingediend op 25 maart 2024. Dit betekent dat de beslistermijn eindigde op 25 september 2025. Eiser heeft verweerder op 25 juni 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van C. Gümüş, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.