ECLI:NL:RBDHA:2025:21168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag Syriër
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 28 januari 2024 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie stelde op 11 december 2024 een besluit- en vertrekmoratorium in, waardoor de beslistermijn werd verlengd tot maximaal 21 maanden. Na het verstrijken van deze termijn stelde eiser op 30 juli 2025 een ingebrekestelling op, waarop de minister niet heeft gereageerd.
Eiser stelde daarop beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de verlengde termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen zestien weken, of binnen acht weken indien eiser al is gehoord over zijn asielmotieven, alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van € 15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en minister opgedragen binnen termijn alsnog te beslissen met oplegging van dwangsom en proceskostenvergoeding.