ECLI:NL:RBDHA:2025:21200

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
NL25.13717
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 31, eerste lid Vreemdelingenwet 2000Artikel 3 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek lidmaatschap HDP en risico detentie

Eiser, een Turkse Koerdische man, diende op 12 juli 2023 een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege zijn lidmaatschap en activiteiten voor de HDP politieke problemen ondervindt in Turkije. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het lidmaatschap en de activiteiten, hoewel discriminatie vanwege Koerdische afkomst werd erkend maar niet als zwaarwegend genoeg.

Eiser stelde dat hij actief was bij HDP en dat documenten dit ondersteunen, maar de rechtbank vond dat de minister terecht twijfelde aan de echtheid van de documenten en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij problemen had met Turkse autoriteiten vanwege zijn politieke activiteiten. Wel erkende de rechtbank dat eiser risico loopt op detentie bij terugkeer, mede vanwege het lidmaatschap van zijn broers bij HDP, maar de minister had dit onvoldoende onderzocht.

De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vanwege het ontbreken van een deugdelijk onderzoek naar de gevolgen van het lidmaatschap van zijn broers. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.814.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13717

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. T. Neijzen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. C.M.W. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 17 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 1 oktober 2025 op zitting in Breda behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 1995 en heeft de Turkse nationaliteit. Hij heeft op 12 juli 2023 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij lid is (geweest) van HDP [2] (thans DEM) en actief is geweest voor de partij. Hierdoor heeft hij problemen gekregen met de Turkse autoriteiten. Hij is in militaire dienst gegaan en in die periode heeft een incident plaatsgevonden met zijn commandant, waardoor eiser verlenging kreeg van zijn diensttijd en een voorwaardelijke straf van vijf maanden. Daarnaast is eiser in januari 2020 onverwacht gearresteerd en gedetineerd, waarna hij na veertig dagen weer in vrijheid is gesteld. Begin 2023 is eiser opnieuw gearresteerd en heeft hij tien tot vijftien dagen gevangen gezeten. In juni 2023 heeft eiser Turkije verlaten omdat vrienden van eiser werden opgepakt, waardoor hij zich bedreigd voelde. Omdat eiser een vonnis heeft gekregen waaruit zou blijken dat hij zich moet melden voor een straf van vijf maanden vreest hij bij terugkeer naar Turkije. Tot slot vreest hij bij terugkeer naar Turkije te worden gediscrimineerd, omdat hij Koerdisch is.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij volgt verweerder eisers identiteit, nationaliteit en herkomst nu deze met documenten zijn onderbouwd. De gestelde problemen met de Turkse autoriteiten vanwege zijn lidmaatschap en activiteiten voor HDP zijn echter niet geloofwaardig geacht. De discriminatie vanwege het behoren tot de Koerdische bevolkingsgroep wordt wel geloofwaardig geacht. Dit kan echter niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning asiel, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit voldoende zwaarwegend is.
3. Op wat eiser daartegen aanvoert, wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Problemen met Turkse autoriteiten vanwege lidmaatschap en activiteiten HDP
4. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte de gestelde problemen met de Turkse autoriteiten vanwege zijn activiteiten voor HDP ongeloofwaardig heeft geacht. Hij heeft met zijn verklaringen genoegzaam duidelijk gemaakt dat hij als lid van HDP actief was bij verschillende evenementen. De in beroep overgelegde verklaring van de HDP en het lidmaatschapsformulier ondersteunen eisers lidmaatschap, zodat hieruit blijkt dat hij behoort tot een groep die is aangemerkt als risicoprofiel. Hoewel eiser na zijn dienstplicht minder actief was, blijkt uit zijn lidmaatschap nog altijd de betrokkenheid bij HDP. Eiser heeft vanwege de aardbeving veel documenten verloren, zodat dit hem verder niet kan worden tegengeworpen.
5. Verweerder heeft in het voornemen en het bestreden besluit gemotiveerd uiteengezet dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij lid is van HDP en vanwege de activiteiten voor HDP problemen heeft met de Turkse autoriteiten. De in beroep overgelegde documenten zijn door BD [3] onderzocht. BD concludeert op 4 juli 2025 dat vanwege het ontbreken van vergelijkingsmateriaal geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid van de verklaring van HDP Den Haag. Tevens concludeert BD dat het lidmaatschapsformulier waarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. De ter zitting ingenomen stelling van eiser dat verweerder in het kader van de samenwerkingsplicht nader onderzoek heeft moeten verrichten naar de verklaring van HDP wordt niet gevolgd. De samenwerkingsplicht sterkt niet zo ver dat verweerder zelf contact dient op te nemen met een tak van HDP die gevestigd is in Den Haag, zoals eiser suggereert. De rechtbank wijst erop dat het primair aan eiser is om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Nu eiser dit rapport van BD niet met een contra-expertise of andere concrete aanknopingspunten gemotiveerd heeft betwist, krijgen deze documenten niet de waarde die eiser wil. Hoewel niet in geschil is dat eiser vanwege zijn Koerdische achtergrond in het verleden af en toe heeft deelgenomen aan activiteiten die door de HDP waren georganiseerd, heeft hij evenmin met zijn verklaringen aannemelijk gemaakt dat hij als lid actief was voor HDP of dat hij vanwege deze activiteiten problemen heeft ondervonden met de Turkse autoriteiten. Wanneer eiser wordt gevraagd naar zijn politieke overtuiging, antwoordt hij dat hij gelooft dat degene die Turkije regeert heel wreed is, tegen de Koerden is en er geen rechtvaardigheid is. [4] Eiser legt verder niet uit op welke wijze de HDP aansluit bij zijn eigen politieke overtuiging. Verder verklaart eiser dat hij na zijn militaire dienst in 2015/ 2016 in angst heeft geleefd en minder actief was voor de HDP. Zo verklaart hij dat hij nog een keer naar een Newroz [5] is gegaan en verder niet echt aan iets heeft deelgenomen, omdat de gebeurtenissen veel impact op hem hadden. Wel ging hij naar het partijgebouw om te kletsen en zijn mening uit wisselen. [6] Eiser verklaart verder dat hij slechts weet dat hij vanwege politieke redenen is beschuldigd, hij zich niet bezighoudt met strafbare feiten en dat er alleen die gebeurtenis in zijn militaire tijd is. [7] Eiser maakt hiermee niet aannemelijk dat hij problemen heeft met de Turkse autoriteiten vanwege zijn politieke activiteiten. Tot slot heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen verschoonbare reden heeft gegeven waarom hij niet middels een uitdraai van zijn e-Devlet kan aantonen dat hij lid was van HDP. Dat hij stelt geen account meer te hebben, omdat hij dit niet meer kan bekostigen, is verder niet onderbouwd.
6. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de gestelde problemen met de Turkse autoriteiten vanwege zijn activiteiten en gestelde lidmaatschap bij HDP niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht.
Detentie en problemen vanwege activiteiten familieleden HDP
7. Eiser voert verder aan dat hij bij terugkeer naar Turkije zal worden gedetineerd. Hij heeft hiervan een brief van de Officier van Justitie en een vonnis overgelegd. De detentieomstandigheden in Turkije zijn dermate slecht dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Ter onderbouwing hiervan verwijst hij naar een uitspraak van de Afdeling [8] van 13 februari 2025 [9] en zijn persoonlijke omstandigheden; zijn Koerdische afkomst, zijn activiteiten voor de HDP en zijn broers die ook lid waren van de HDP en als vluchteling hier in Nederland zijn erkend.
8. Uit het rapport van BD van 4 juli 2025 blijkt dat het overgelegde vonnis met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Hoewel eiser dit rapport niet gemotiveerd heeft betwist, zoals volgt uit rechtsoverweging 5 van deze uitspraak, heeft verweerder niet betwist dat eiser bij terugkeer naar Turkije het risico loopt te worden gedetineerd. Onder verwijzing naar de door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling volgt uit deze omstandigheid niet dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM. [10] Echter heeft eiser verklaard dat hij in Nederland twee broers heeft die erkend zijn als vluchteling vanwege hun lidmaatschap bij HDP en de activiteiten die zij hebben verricht voor deze partij. [11] Uit het AAB [12] Turkije van februari 2025 blijkt dat familieleden van HDP-leden ook de negatieve aandacht kunnen trekken van de Turkse autoriteiten. Dit ziet met name op ouders, echtgenoten, broers, zussen en kinderen van HDP-leden. [13] Verweerder heeft ten onrechte deze verklaring niet beoordeeld in het licht van die openbare informatie die volgt uit het AAB Turkije van februari 2025. Uit het bestreden besluit noch het voornemen valt af te leiden dat verweerder heeft onderzocht of eiser bij terugkeer naar Turkije problemen zal ondervinden met de Turkse autoriteiten om voornoemde reden. Verweerder heeft dan ook onvoldoende acht geslagen op eisers verklaringen ten aanzien van zijn problemen bij terugkeer naar Turkije vanwege het HDP-lidmaatschap van zijn broers.
Conclusie
9. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. [14] Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
10. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Bpb [15] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.814 (bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op eisers asielaanvraag met inachtneming van deze uitspraak; en
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814 (achttienhonderdveertien euro).
Deze uitspraak is gedaan op 7 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Democratische Partij van de Volkeren.
3.Bureau Documenten.
4.Rapport nader gehoor van 11 maart 2025, p. 7 van 22.
5.Koerdisch nieuwjaarsfeest.
6.Rapport nader gehoor van 11 maart 2025, p. 16 van 22.
7.Rapport nader gehoor van 11 maart 2025, p. 19 van 22.
8.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
9.ABRvS 13 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:483.
10.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
11.Rapport aanmeldgehoor van 13 november 2023, p. 5, 8 en 9 van 12.
12.Algemeen Ambtsbericht.
13.AAB Turkije van februari 2025, p. 65 van 115.
14.Algemene wet bestuursrecht.
15.Besluit proceskosten bestuursrecht.