De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met de minderjarige naar Italië in december 2025 en voor het aanvragen van een nieuw paspoort voor het kind. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit, maar de verhoudingen zijn ernstig verstoord en de vader onthield zijn toestemming.
De rechtbank weegt het belang van het kind en constateert dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de veiligheid van het kind tijdens de vakantie in het geding is. De moeder heeft toegelicht waar zij zal verblijven, waardoor de zorgen van de vader over de verblijfplaats niet doorslaggevend zijn. De rechtbank acht de vakantie in het belang van het kind en wijst het verzoek toe.
Ten aanzien van het paspoort constateert de rechtbank dat de vader weigert toestemming te geven vanwege formele bezwaren. Gezien de verstoorde verhoudingen acht de rechtbank het in het belang van het kind dat het paspoort wordt aangevraagd, zodat het kind zich kan legitimeren en op vakantie kan.
De rechtbank veroordeelt de vader in de proceskosten omdat hij volgens de rechtbank oneigenlijk gebruik maakt van zijn gezagsbevoegdheid door zijn toestemming te onthouden. De moeder heeft al twee keer eerder een procedure moeten starten voor vervangende toestemming, wat kosten met zich meebrengt. De proceskosten worden begroot op €852,- en worden aan de moeder toegewezen.