ECLI:NL:RBDHA:2025:21244
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld dat was ingediend door verzoekster tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 11 november 2024.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.47420). Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Kompier en griffier F. Metz. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De voorzieningenrechter heeft toepassing gegeven aan artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.