ECLI:NL:RBDHA:2025:21248
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvraag machtiging voorlopig verblijf als gezinslid bij vader
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf als familie- of gezinslid bij haar vader. Tevens betrof het beroep het verzoek tot heroverweging van een eerder besluit uit 2012.
De minister heeft de aanvraag en het heroverwegingsverzoek afgewezen omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor het verblijfsdoel. Eiseres was op het moment van aanvraag 31 jaar oud en viel daarmee niet onder de minderjarige of standstillbepalingen. Ook was zij gehuwd en had zij kinderen, waardoor het verzoek als onredelijk laat werd beschouwd.
De rechtbank heeft partijen geen zitting geboden omdat zij geen behoefte daaraan hadden en heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld. Eiseres heeft in beroep slechts haar eerdere bezwaarschriften herhaald zonder nieuwe argumenten. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is en verklaart het beroep ongegrond.
De afwijzing van de mvv-aanvraag blijft daarmee in stand, en eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.W.B. Heijmans en griffier C.G.H. van der Holst.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.