ECLI:NL:RBDHA:2025:21248

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
NL25.25856
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArtikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de EU en TurkijeArtikel 13 van Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van aanvraag machtiging voorlopig verblijf als gezinslid bij vader

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf als familie- of gezinslid bij haar vader. Tevens betrof het beroep het verzoek tot heroverweging van een eerder besluit uit 2012.

De minister heeft de aanvraag en het heroverwegingsverzoek afgewezen omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor het verblijfsdoel. Eiseres was op het moment van aanvraag 31 jaar oud en viel daarmee niet onder de minderjarige of standstillbepalingen. Ook was zij gehuwd en had zij kinderen, waardoor het verzoek als onredelijk laat werd beschouwd.

De rechtbank heeft partijen geen zitting geboden omdat zij geen behoefte daaraan hadden en heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld. Eiseres heeft in beroep slechts haar eerdere bezwaarschriften herhaald zonder nieuwe argumenten. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is en verklaart het beroep ongegrond.

De afwijzing van de mvv-aanvraag blijft daarmee in stand, en eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.W.B. Heijmans en griffier C.G.H. van der Holst.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.25856

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. I. Özkara),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de gehandhaafde afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij haar vader de heer [referent] (referent). Ook beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van het verzoek van eiseres tot heroverweging van het besluit van de minister van 24 september 2012 op een eerdere mvv-aanvraag.
1.1.
De minister heeft deze aanvraag samen met het heroverwegingsverzoek met het besluit van 21 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 juni 2025 is de minister bij de afwijzing van de aanvraag en het heroverwegingsverzoek gebleven.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de minister de gevraagde mvv en het heroverwegingsverzoek heeft mogen afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het bestreden besluit
4. De minister heeft de aanvraag tot het verlenen van een mvv afgewezen en die beslissing bij het bestreden gehandhaafd, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor het beoogde verblijfsdoel. De minister wijst er op dat dit verblijfsdoel voor eiseres eerder is getoetst en dat het eerdere besluit tot afwijzing in rechte vast is komen te staan. [2] Eiseres kan niet worden aangemerkt als minderjarige, omdat zij op het moment van de aanvraag 31 jaar oud was. Ook valt eiseres niet onder het toepassingsbereik van de standstillbepaling [3] , omdat eiseres niet kan worden aangemerkt als gezinslid. De minister heeft de afwijzing van het verzoek om heroverweging van het besluit van 24 september 2012 op de eerdere mvv-aanvraag in stand gelaten, omdat eiseres in 2014 is gehuwd en twee kinderen heeft gekregen. Ook stelt de minister zich op het standpunt dat inmiddels 10 jaar is verstreken en het heroverwegingsverzoek als onredelijk laat ingediend wordt beschouwd.
Verwijzing naar dat wat eerder in de procedure is aangevoerd
5. Eiseres heeft ermee volstaan de eerder aangevoerde gronden in de bezwaarfase te herhalen in de gronden van beroep. Omdat de minister hier in het bestreden besluit gemotiveerd op is ingegaan en eiseres in beroep niet aangeeft wat er in haar ogen verkeerd is aan het bestreden besluit, slaagt het beroep niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag voor een mvv in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.ABRvS 11 februari 2014, 201304087/1/V1.
3.Artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de