ECLI:NL:RBDHA:2025:21293

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
NL25.14092
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoekster stelde op 19 september 2022 een asielaanvraag in. Nadat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig op deze aanvraag had beslist, verklaarde de rechtbank op 20 september 2024 het beroep van verzoekster gegrond wegens deze termijnoverschrijding en gaf de minister opdracht binnen twee weken een besluit te nemen.

Op 26 maart 2025 stelde verzoekster opnieuw beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Vervolgens besloot de minister op 14 april 2025 de asielaanvraag alsnog toe te wijzen. Hierop trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat de minister geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en de aanvraag in te willigen. Op grond van artikel 8:75a Awb werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster, vastgesteld op €453,50, gebaseerd op een wegingsfactor ‘licht’ vanwege de beperkte aard van het beroep.

De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager op 10 november 2025 zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14092

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij uitspraak van 20 september 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg [1] het beroep van verzoekster wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag gegrond verklaard. Verweerder is opgedragen om binnen twee weken na verzending van die uitspraak een besluit bekend te maken.
Verzoekster heeft op 26 maart 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 19 september 2022.
Bij besluit van 14 april 2025 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de asielaanvraag van verzoekster heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 10 november 2025 door mr. K.M de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.