ECLI:NL:RBDHA:2025:21306

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
C/09/691312 / FA RK 25-6800
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 12 september 2025 een beschikking gegeven inzake de wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een betrokkene, geboren in 2005. De officier van justitie had op 10 september 2025 een verzoek ingediend tot wijziging van de eerder verleende machtiging, die op 25 augustus 2025 was afgegeven. Dit verzoek was noodzakelijk geworden door een verhoogd suïciderisico dat was ontstaan tijdens de opname van de betrokkene in een GGZ-instelling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de bestaande machtiging niet voldeed aan de huidige situatie van de betrokkene, waardoor aanvullende vormen van verplichte zorg noodzakelijk waren. Tijdens de mondelinge behandeling op 12 september 2025 is de betrokkene gehoord, evenals een psychiater. De betrokkene heeft aangegeven dat zij zich verzet tegen de voorgestelde aanvullende zorgmaatregelen, omdat deze haar zouden belemmeren in haar pogingen tot suïcide. De psychiater heeft echter verklaard dat de voorgestelde maatregelen noodzakelijk zijn om de veiligheid van de betrokkene te waarborgen. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten de machtiging te wijzigen en aanvullende maatregelen toe te voegen, waaronder het beperken van de bewegingsvrijheid en het uitoefenen van toezicht op de betrokkene. De beschikking is gegeven door rechter M. Dam, met griffier K.S. Versteegen, en is uitgesproken in openbare zitting. De machtiging geldt tot en met 15 september 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/691312 / FA RK 25-6800
Datum beschikking: 12 september 2025

Wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstantie] , locatie [locatie] , te [plaats] ,
advocaat: mr. A.R. Oosthout te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 september 2025 bij d rechtbank Rotterdam, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de tot voortzetting van de crisismaatregel, zoals die op 25 augustus 2025 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie van 5 september 2025;
- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 5 september 2025 door de zorgverantwoordelijke;
- een aanvraag aan de officier van justitie van 8 september 2025 door de geneesheer-directeur;
- een gewijzigd zorgplan van 5 september 2025;
- een aanvullende medische verklaring van 8 september 2025.
De rechtbank Rotterdam heeft het verzoek bij beschikking van 11 september 2025 verwezen naar de rechtbank Den Haag vanwege de overplaatsing van betrokkene naar een GGZ instelling in het arrondissement van Den Haag.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 september 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de psychiater, [naam] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat het momenteel erg slecht gaat met haar. Waarom dat zo is, weet zij zelf ook niet goed. De voorgestelde toevoeging van vormen van verplichte zorg vindt zij verschrikkelijk. Het wordt dan nog moeilijker om een einde aan haar leven te maken.
De psychiater heeft ter zitting aangevoerd dat er een gesprek is geweest met het behandelteam van betrokkene. Het streven is om betrokkene volgende week met ontslag te laten gaan, omdat het risico op suïcide tijdens opname niet minder hoog is dan buiten de instelling. Hoewel insluiten nodig is geweest aan de start van de opname, zal deze vorm nu niet meer worden ingezet. Ook de zogenoemde ‘onderzoekscategorieën, zijn niet nodig.

Beoordeling

Ten aanzien van betrokkene is op 25 augustus 2025 een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.
Tijdens de opname bij de GGZ instelling [zorginstelling] was er niet langer een samenwerking met betrokkene om suïcidepogingen te voorkomen mogelijk, waardoor het suïciderisico ernstig was verhoogd. Betrokkene heeft tijdens de opname dermate veel suïcidepogingen gedaan dat het team bij de instelling [zorginstelling] ontwricht is geraakt en een time out opname nodig was.
Teneinde deze dreigende noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Gebleken is dat deze vormen van verplichte zorg, die niet zijn opgenomen in de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, moeten worden voortgezet. Het uitoefenen van toezicht op betrokkene is blijkens de psychiater noodzakelijk om betrokkene op haar kamer te laten verblijven, waar middels een camera toezicht op haar wordt gehouden. Om de kasten in haar kamer te kunnen vergrendelen, is het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten nodig gebleken.
Hoewel de officier van justitie ook heeft verzocht de zorgmachtiging aan te vullen met insluiten, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen en het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, heeft de psychiater ter zitting gesteld dat deze vormen van verplichte zorg niet zullen worden gebruikt zolang betrokkene nog is opgenomen.
Betrokkene verzet zich tegen de verzochte aanvullende vormen van verplichte zorg. Zij heeft immers ter zitting aangegeven dat deze vormen van zorg het voor haar lastiger maken om een nieuwe suïcidepoging te ondernemen.
Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

Beslissing

De rechtbank:
wijzigt de op 25 augustus 2025 verleende machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 september 2025;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 september 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 september 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.