ECLI:NL:RBDHA:2025:21355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar erfbelasting door termijnoverschrijding
De rechtbank Den Haag heeft op 14 november 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin de erven van een overledene beroep instelden tegen een beslissing van de Belastingdienst.
Het bezwaar was gericht tegen een definitieve aanslag erfbelasting, maar werd door de Belastingdienst niet-ontvankelijk verklaard vanwege het te laat indienen van het bezwaarschrift. De rechtbank bevestigt dat het bezwaar inderdaad na de wettelijke termijn van zes weken is ontvangen en dat deze termijn niet is verlengd of verontschuldigd.
Eisers voerden aan dat zij het bestreden besluit niet hadden ontvangen en dat de executeur nalatig was geweest in de communicatie. De rechtbank oordeelt echter dat de aanslag correct was verzonden naar de contactpersoon zoals aangegeven in de aangifte en dat het niet informeren van de belanghebbenden voor rekening van eisers komt.
Daarom blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en niet verontschuldigbaar is.