ECLI:NL:RBDHA:2025:21355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijk verklaring van belastingaanslag door termijnoverschrijding
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 14 november 2025, wordt het beroep van de erven van [erflater] tegen de niet-ontvankelijk verklaring van hun bezwaar tegen een belastingaanslag behandeld. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar te laat is ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is. De erven hadden bezwaar gemaakt tegen een beslissing van de inspecteur van de Belastingdienst, die op 1 oktober 2025 het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. De rechtbank stelt vast dat de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift op 4 oktober 2024 eindigde, maar dat het bezwaarschrift pas op 16 oktober 2024 door de Belastingdienst is ontvangen. De rechtbank concludeert dat de erven geen geldige reden hebben gegeven voor de termijnoverschrijding, aangezien zij ervan uitgingen dat de communicatie over de aanslag via hun executeur, de heer [naam], had plaatsgevonden. De rechtbank wijst erop dat het de verantwoordelijkheid van de erven is om ervoor te zorgen dat zij tijdig op de hoogte zijn van belangrijke documenten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de beslissing van de inspecteur in stand blijft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.