ECLI:NL:RBDHA:2025:21361
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten dwangsominvordering en afwijzing uitstelbetaling na herstel gebreken
De rechtbank Den Haag heeft op 13 november 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarbij eiser bezwaar maakte tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Westland over de invordering van een dwangsom en het afwijzen van een verzoek om uitstel van betaling.
Na een eerdere tussenuitspraak waarin gebreken in de motivering van het college werden vastgesteld, heeft het college deze gebreken hersteld door aanvullende motivering en overleggen van eigendomsakten. De rechtbank oordeelt dat eiser als rechtsopvolger kan worden aangemerkt en dat het college terecht de dwangsom heeft ingevorderd.
Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat eiser niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het niet invorderen van de dwangsom, omdat het college geen concrete toezeggingen heeft gedaan. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die uitstel van betaling rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het college wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten maar laat de rechtsgevolgen in stand en draagt het college op het griffierecht aan eiser te vergoeden.