ECLI:NL:RBDHA:2025:21383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.P. Heijne
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning inhoudelijk te behandelen ondanks vermeend ontbreken bezwaargronden
Eiser diende op 24 mei 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Deze aanvraag werd op 11 oktober 2023 door verweerder afgewezen. Eiser maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd op 18 oktober 2024 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege het vermeende ontbreken van bezwaargronden.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van verzuim omdat eiser tijdig bezwaar maakte en een brief van een referent namens eiser op 30 december 2023 bezwaargronden bevatte tegen het primaire besluit. Verweerder had navraag moeten doen indien de strekking van de brief onduidelijk was. De brief werd binnen de hersteltermijn ontvangen, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij het bezwaar inhoudelijk wordt behandeld. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De advocaat van eiser heeft volgens de rechtbank laakbaar gehandeld door niet zelfstandig bezwaargronden in te dienen, waardoor de inhoudelijke behandeling alleen door de brief van de referent mogelijk was.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet het bezwaar inhoudelijk behandelen.