ECLI:NL:RBDHA:2025:21398

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/09/691613 / JE RK 25-1603 en C/09/692182 / JE RK 25-1674
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een jeugdzorgzaak

Op 6 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een jeugdzorgzaak betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De zaak betreft de Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die als gecertificeerde instelling betrokken is. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders, de moeder en de vader, belast zijn met het ouderlijk gezag over de kinderen, die bij de moeder wonen. De kinderrechter heeft de verzoeken van de gecertificeerde instelling om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van een jaar, toegewezen. Dit is noodzakelijk geacht in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen, gezien de kwetsbare situatie van de vader en de nog niet opgestarte traumabehandeling van de moeder en [minderjarige 1]. De kinderrechter heeft ook besloten dat de huidige gecertificeerde instelling vervangen moet worden door Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 13 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers: C/09/691613 / JE RK 25-1603 en C/09/692182 / JE RK 25-1674
Datum uitspraak: 6 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en over de vervanging van de gecertificeerde instelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. R. Moghni uit Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 september 2025;
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 september 2025;
- de bereidverklaring van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland van 25 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door een tolk Portugees;
- de advocaat van de moeder;
- [naam 1] en [naam 2] , vertegenwoordigers van de GI.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. De GI heeft ter zitting aangegeven dat de moeder ziek is.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 19 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 28 november 2025.
2.4.
De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 14 augustus 2025 de machtiging verlengd [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de moeder met gezag tot 28 november 2025.

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder met gezag te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI verzoekt de kinderrechter om de GI, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.
3.3.
De GI heeft de verzoeken, kort en zakelijk weergegeven, als volgt onderbouwd. Op 25 juli 2025 is [instantie] gestart om de omgang tussen de vader en de kinderen verder op te bouwen. Momenteel ziet de vader de kinderen elk weekend van vrijdag tot en met zondag en de helft van de vakanties. Er is een hulpverlener betrokken en de omgang verloopt goed. De vader heeft een positieve ontwikkeling laten zien, maar de situatie is nog pril en het is van belang dat dit de komende periode nog gemonitord wordt. De kinderen hebben tijd en begeleiding nodig om het contact met de vader verder op te bouwen en te behouden en de traumabehandeling van de moeder en [minderjarige 1] zijn nog niet van de grond gekomen. De machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder is nog nodig omdat de wijziging van de hoofdverblijfplaats nog in behandeling is. Vanwege de woonplaats van de moeder wordt ook verzocht om de zaak aan Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland over te dragen. Zij zijn daarvan op de hoogte en zijn akkoord met de overdracht.

4.De standpunten

4.1.
Namens de moeder is ingestemd met de verzoeken van de GI.
4.2.
De vader heeft naar voren gebracht dat het van belang vindt dat hij zijn kinderen kan blijven zien.

5.De beoordeling

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De kinderrechter overweegt daartoe dat de afgelopen periode de omgang tussen de vader en de kinderen is uitgebreid en goed verloopt, maar dat de situatie nog kwetsbaar is. De vader heeft een positieve ontwikkeling laten zien, maar kampt ook met emotieregulatieproblematiek waarbij het hem niet altijd lukt om goed aan te sluiten bij de opvoedbehoeften van de kinderen. Verder is de traumabehandeling van de moeder en [minderjarige 1] nog niet opgestart. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De komende periode is de betrokkenheid van de GI van belang om de omgang en de opvoedsituatie van de kinderen te blijven monitoren en verder toe te werken naar minder begeleiding.
5.3.
De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder met gezag voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Vervanging van de GI
5.5.
Op basis van de stukken en de zitting is naar het oordeel van de kinderrechter vast komen te staan dat de GI, die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, moet worden vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.
5.6.
De beslissingen worden van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 28 november 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder met gezag tot 28 november 2026;
6.3.
verklaart de beslissingen onder 6.1 en 6.2 uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
vervangt de gecertificeerde Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025 door mr. E. van Die, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 13 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.