ECLI:NL:RBDHA:2025:21409
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning machtiging tot voorlopig verblijf na herhaalde ondeugdelijke belangenafweging
Eiser, een Eritrese nationaliteit, verzocht sinds 2018 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn zus (referente) in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag en daaropvolgende bezwaren viermaal af, telkens met onvoldoende motivering omtrent de hechte persoonlijke banden, de wenselijkheid van fysieke aanwezigheid, het tijdsverloop van de procedure en het economisch belang.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich niet heeft gehouden aan eerdere uitspraken waarin werd bepaald dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de specifieke situatie van referente, het langdurige tijdsverloop en het economische belang, wat leidt tot motiveringsgebreken.
Gezien de lange duur van de procedure, het feit dat de zaak al driemaal eerder door de bestuursrechter is behandeld en telkens het besluit is vernietigd, ziet de rechtbank aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om binnen vier weken een mvv te verlenen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen vier weken een mvv te verlenen aan eiser.