ECLI:NL:RBDHA:2025:21414
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 21 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene verblijft momenteel klinisch in een zorginstelling en wenst terug te keren naar ambulante zorg, gesteund door haar advocaat die het verzoek primair betwist op basis van subsidiariteit en proportionaliteit.
De psychiater gaf aan dat de klinische behandeling nog niet afgerond is en dat het ziekte-inzicht onvoldoende is, waardoor voortzetting van klinische zorg noodzakelijk blijft. De rechtbank concludeerde dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en dat de verplichte zorg proportioneel en effectief is om ernstig nadeel, zoals maatschappelijke teloorgang en gevaar voor zichzelf en anderen, te voorkomen.
De zorgmachtiging wordt toegekend voor zes maanden, met de mogelijkheid tot overdracht naar ambulante zorg binnen die periode. De machtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en benadrukt dat de bijzondere voorwaarden uit de strafzaak onvoldoende zijn voor klinische opname.
De beschikking is op 21 oktober 2025 uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 13 november 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aansluitende zorgmachtiging toe voor zes maanden om verplichte zorg voort te zetten en overdracht naar ambulante zorg mogelijk te maken.