ECLI:NL:RBDHA:2025:21433
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag van Syriër onder besluitmoratorium
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over het beroep van een eiser uit Syrië, die stelde dat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag was op 11 juni 2024 ontvangen, en volgens de wet moest de minister binnen zes maanden beslissen. Eiser heeft de minister op 23 juni 2025 in gebreke gesteld, maar heeft pas op 10 juli 2025 beroep ingesteld, meer dan twee weken na de ingebrekestelling. De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn had verlengd onder een besluitmoratorium dat gold voor Syrië van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. Dit moratorium verlengde de beslistermijn voor asielaanvragen met één jaar, waardoor de minister uiterlijk op 12 december 2025 moest beslissen. Aangezien de beslistermijn nog niet was verstreken, was het beroep van eiser prematuur en daarmee niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, en is op 29 augustus 2025 bekendgemaakt.