ECLI:NL:RBDHA:2025:21434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag van Syriër onder besluitmoratorium
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over het beroep van een eiser uit Syrië, die stelde dat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag was op 5 juni 2024 ontvangen, en de minister had de beslistermijn aanvankelijk verlengd onder WBV 2023/26, maar deze werd later ingetrokken. Hierdoor gold er weer een beslistermijn van zes maanden voor asielaanvragen die na 1 januari 2024 waren ingediend. Gedurende de periode van 14 december 2024 tot 13 juni 2025 gold er een besluitmoratorium voor Syrië, wat betekende dat de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit Syrië besliste. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van eiser onder dit moratorium viel, waardoor de minister uiterlijk op 8 december 2025 moest beslissen. Aangezien de eiser zijn ingebrekestelling en beroep prematuur had ingesteld, werd het beroep als niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank besloot dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.